Friday, June 24, 2016

Verhalen vertellen op z'n Hebreeuws III: Er zij Contact

De Hebreeuwse manier van verhalen vertellen laat reusachtige hoeveelheden informatie samengevat worden in een relatief kleine hoeveelheid tekst. En, als romantisch voorgesteld door Carl Sagan in zijn roman Contact, als een lezer het principe -- dat is de basisstructuur waarvan alle andere structuren zijn afgeleid, zie Efeziërs 3:14-15 en vergelijk met Genesis 12:3 -- herkent, plus de relatie tussen de iteraties (de "primer"), dan kan het hele heelal worden gereconstrueerd.





In de Bijbel heet dat principe Dabar YHWH, of Woord van God (of Logos) en op de complexiteitsschaal komt dat principe natuurlijk vóór de gevolgen. Vandaar dat Johannes de Evangelist kon zeggen dat in den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en was God, en dat door dit Woord alles begon te bestaan (Johannes 1:1-3). En Paulus schreef dat dit Woord het beeld is van de onzichtbare God, en dat Hij bestaat vóór alle dingen en dat in Hem alle dingen bij elkaar worden gehouden.

In tegenstelling tot de scheppingsmythen van aangrenzende culturen houdt het Hebreeuwse scheppingsverhaal vol dat de schepping om taal draait: God sprak en daar was. Het periodiek systeem laat zien dat de materiële wereld inderdaad uit een taal bestaat dat gebruik maakt van een twee-letterig alfabet (het proton en de neutron), waaruit alle "woorden" die de wereld opmaken bestaan (Mattheus 4:4).


De talen waarin het heelal is uitgedrukt
Toen DNA werd ontdekt bleek dat ook in een taal te zijn uitgedrukt, gebruik makend van het vier-letterig alfabet van de nucleotiden. En net als de boekrollen van de Thora bestond ook DNA uit een dubbele helix, in een nucleus, in het hart van een levende cel, en dat is overduidelijk vergelijkbaar met de Ark in de tabernakel in het hart van Israël.

Merk op hoe de Tien Geboden die Israël definieerden waren georganiseerd: op twee corresponderende tabletten waarvan de één regels gaf omtrent de vader (God) en de andere omtrent de moeder (de mensheid).





De geschiedenis van Jezus -- zijn opruiende boodschap, zijn drie-dagen dood, zijn opstanding en zijn transformatie van individu tot menselijk collectief -- volgt stap voor stap de procedure die een eicel doorloopt: De moeder's hormoon spiegel raakt in onbalans, en de eicel wordt aangewezen als boosdoener. Die wordt vervolgens uit de moederlijke economie gestoot en is daarmee net zo dood als elk ander geamputeerd lichaamsdeel zou zijn. Vervolgens komt de eicel in aanraking met de echtgenoot's ejaculaat (in het Grieks hetzelfde woord als de 'uitstorting' van de Heilige Geest) en komt daarmee weer tot leven. De dode eicel wordt levende zygote en keert terug in de economie van de moeder, maar nu is de cel niet meer zomaar een cel maar eerder een entiteit die essentieel gelijk is aan de moeder: een volk in een volk.







De zogenoemde "wederkomst van Jezus" komt overeen met de geboorte van deze nieuwe soort van mensheid, die dan natuurlijk niet meer in de moeder zal bestaan maar naast de moeder (Openbaring 21:24).

Deze verhalen waren nooit bedoeld om mensen religieus te maken. Ze zijn niet bedoeld om ons te leren hoe we ons moeten gedragen in de kerk (of tempel of moskee), maar behandelen de natuurlijke processen waarop de wereld draait. Deze verhalen voorspellen absoluut niet de overwinning van één bepaalde godsdienst, maar de onvermijdbare overwinning van de wetten der natuur en de onvermijdbare dingen die nog moeten en zullen gebeuren.


Het Lichaam van Christus bestaat vóór de Wederkomst in de wereld zoals een ongeboren baby bestaat in diens moeder.


Friday, June 17, 2016

Verhalen vertellen op z'n Hebreeuws II: Er was eens op een complexiteitsniveau

Wij moderne mensen hebben er een handje van om onze verhalen uit te lijnen langs de kalender of de klok. Dat is allemaal best, maar zelfs ons eigen geheugen werkt niet zo. Iets wat we een jaar geleden hebben meegemaakt kan verser in ons geheugen liggen dan iets wat gisteren is gepasseerd.

In onze moderne verhalen worden gebeurtenissen vastgeprikt op specifieke tijdstippen, en aangezien tijd uit talloze van die tijdstippen bestaat, zien we ook het verhaal van onze geschiedenis als een lange reeks aaneengeschakelde punten. Dit is niet zo efficiënt, en vanwege de diverse verbanden tussen diverse gebeurtenissen levert deze manier van verhalen vertellen een bibliotheek op die groter is dan onze geschiedenis.

De Hebreeuwse manier van verhalen vertellen werkt precies omgekeerd. De Hebreeuwse manier van verhalen vertellen koppelt gebeurtenissen aan niveaus van complexiteit.

Als een moderne verteller het heeft over een bergbeklimmer op weg naar de top, dan zal hij elke stap van de klimtocht beschrijven of samenvatten wanneer deze plaatsvindt. Een Hebreeuwse verteller daarentegen zal niet de tocht maar de berg beschrijven, en gebeurtenissen relatief aan waar ze plaatsvinden.

Een moderne verteller moet een heel nieuw verhaal vertellen voor elke klimmer, maar een Hebreeuws verhaal slaat op elke klimmer.

"Zij/Hij Die Naar De Top Klimt" zou één bepaald character uit een Hebreeuws verhaal kunnen zijn
maar tegelijkertijd iedereen beschrijven die ooit die rol speelt.

Eenvoudig gezegd: als de "berg" die we beklimmen de menselijke conditie is, dan reflecteren de Bijbelse stambomen die menselijke conditie van Adam tot de moderne mens, en van algemeen naar specifiek. Adam zou dus het meest algemene niveau van complexiteit beschrijven en daarom werd van Eva gezegd dat ze de "moeder van alle leven" was, ofwel de hele biosfeer. Dit is ook de reden waarom de zondeval op de hele schepping betrekking heeft (Romeinen 8:22).

Op het complexiteitsniveau van Noach kunnen mensen onderscheiden worden van dieren (zie Mattheus 24:39: "ze waren niet-wetende tot de vloed kwam", en 2 Petrus 2:12 en Judas 1:10). En dat betekent dat de drie zonen van Noach --  ChamJafet en Sem -- de meest rudimentaire structuur van de menselijke mentaliteiten weergeven.

Het tweede grote voordeel van de Hebreeuwse manier van verhalen vertellen zit hem in het gebruik van fractals en gebroken symmetrieën. Dat wil zeggen dat een bepaald narratief principe opgeroepen kan worden in elk moment van het verhaal, net zoals in een computer code een bepaalde zelfstandige functie kan opgeroepen worden op elk moment van het hoofdprogramma.

De Mandelbrot Set is een fractal dat dezelfde algemene vorm laat zien op verschillende niveaus.
De Hebreeuwse Bijbel werkt op dezelfde manier.

Een voorbeeld hiervan is het principiële verhaal van De Vader met de Drie Zonen, dat wordt verteld met als vader Adam (en de drie zonen KaïnAbel en Set), en wederom wordt verteld met als vader Noach (en de drie zonen Sem, Cham en Jafet), en wederom met als vader Tera (en zonen AbrahamNahor en Haran) , en waarschijnlijk ook in de gelijkenis van de talenten (Mattheus 25:15).

De Hebreeuwse taal bevat hints naar de werking van licht en relativiteitstheorie (zie ons artikel over de woorden nur en nahar), en het verhaal van De Vader met de Drie Zonen is waarschijnlijk ook toepasbaar op licht en kleuren (vader Wit en zonen Blauw, Rood en Geel).

Twee verhalen die enigszins hetzelfde zijn bevatten extra informatie in de manier waarop ze verschillen, en de meer instanties van het basis verhaal er zijn, de meer extra informatie kan worden overgedragen: in de verschillen tussen de verschillen (op z'n wiskundigs: van drie 3 versies krijg je dAB, dBC, dAC, maar ook d[dAB-dBC], enzovoorts).

Maar dit systeem voorspelt ook dat wanneer de similariteiten van duidelijk verschillende verhalen worden samen gebracht onder de spanboog van een overkoepelend principle, deze verhalen uiteindelijk samen moeten komen in één oerprincipe. De wetenschap noemt dit oerprincipe de Grand Unified Theory (Grote Verenigde Theorie). De Bijbel noemt het (of liever gezegd: Hem) het Woord van God, of Logos.



Friday, June 10, 2016

Verhalen vertellen op z'n Hebreeuws: het wonder van de Bijbel

Vilna Gaon  1720 - 1797

De basisstructuur van de Bijbel is heel simpel, maar de verdere uitwerking van de Bijbel is ongelofelijk complex. Zo complex zelfs dat we van sommige Hebreeuwse wijsgeren weten dat ze verzucht hebben dat de Thora het hele heelal bevat (Vilna Gaon) en de Tien Geboden de wetten die het heelal beschrijven (Shneur Zalman).

Shneur Zalman 1745 - 1812
Latere commentatoren hebben dat soort bolle praat onder het tapijt van religieus geneuzel proberen te bezemen, maar al zijn dat soort uitspraken misschien een beetje buiten alle proporties moet je niet vergeten dat de Hebreeuwse cultuur zodanig was georganiseerd dat overschot aan rijkdom en energie in literatuur en taalkunde werd geïnvesteerd.

Of in de woorden van de wiskundige en moderne (seculier-Joodse) wijsgeer David Berlinski (in de 42ste minuut van het eerste Hoover Institute interview):

"Het Oude Testament is de grootse bewaarplaats van menselijke kennis en wijsheid in de geschiedenis van de beschaving, welke cultuur, tijd of plaats dan ook. En dat zou het eerste punt van de discussie moeten zijn. Want elk modern standpunt -- van Richard Dawkins naar mijzelf naar Christopher Hitchens naar een eenzame dominee in de Bijbelgordel die op zondagochtend over een bepaalde tekt staat te bulderen -- wordt beschreven in de Bijbel. Voor elk standpunt bestaat er een character in de Bijbel die dat standpunt uitdraagt, en er wordt sympathie uitgedrukt voor dat standpunt, en reserveringen door die sympathie. Het is een enorm rijk en dramatisch stuk werk."

De Hebreeuwse auteurs waren superauteurs, en zonder twijfel de meest kundige taal-technici die de wereld ooit gezien heeft, net zo bijdehand en uitgerust met kennis van zake als de slimste professoren van nu, of Leonardo da Vinci vijf eeuwen geleden, of de allerbeste steenhouwers van Egypte.

De steenhouwers van Egypte drukten Egypte's kennis van zake uit in steen, maar sommige van Egypte's beeldhouwwerken werden gemaakt met een graad van nauwkeurigheid die hun traditionele gereedschappen niet eens konden meten, laat staan produceren (zie de serieuze studies van meester-machinist Christopher Dunn). Het is daarom een groot mysterie hoe ze deze beeldhouwwerken konden maken, en waarom. Een lagere graad van nauwkeurigheid kon niet worden gemeten en was totaal onzichtbaar. Maar toch hielden ze, om één of andere duistere reden, vast aan die ongelofelijke precisie.

Christopher Dunn
Elke waarnemer met een greintje integriteit herkent onmiddellijk dat deze bouwwerken onze huidige vaardigheden ver te boven gaan, en overduidelijk zijn gemaakt met technieken waar we totaal geen weet van hebben, en om redenen waar we niet eens naar kunnen gissen.

In Egypte kon wijsheid (dat is: wetenschap en vaardigheid) worden uitgedrukt in openbaar waarneembare bouwwerken omdat een handvol geïnitieerde uitverkorenen een hele grote groep slaven konden laten doen wat ze wilden. In Israël werd wijsheid uitgedrukt in openbaar waarneembare teksten omdat een hele grote groep geïnitieerde uitverkorenen zich over eerder uitgegeven werken bogen.

De wijsheid van de Mensen van het Boek evolueert veel sneller dan dat van de Mensen van de Stenen,en de Hebreeuwse auteurs waren veel betere schrijvers dan de Egyptische steenhouwers steenhouwers waren. Met andere woorden: de Bijbel is een heel veel mysterieuzer ding dan het Giza plateau of de symmetrische beelden van Ramses II.

Ramesses II 1303 - 1213 BC
Moderne mensen feliciteren zichzelf met hun harde schijven en besturingssystemen maar informatietechnologie is niet begonnen met IBM. Alle vormen van schrift horen tot informatietechnologie, en zijn allemaal ontwikkeld om gegevens te kunnen storen. Maar sommige technologieën zijn meer geraffineerd dan andere.

De teksten van de oude Hebreeën gaan zo ver voorbij aan elke andere tekst op aarde dat het woord "tekst" net zoveel op hen van toepassing is als het woord "dier" van toepassing is op mensen. De Hebreeuwse Bijbel doet aan data compressie door gebruik te maken van natuurlijke principes, en dat zorgt ervoor dat een relatief klein boek inderdaad de hele wereld kan bevatten (Johannes 21:25).

Deze teksten maken gebruik van literaire technieken die de doorsnee moderne mens verre te boven gaan. Naast het vertellen van verhalen draaien ze op een besturingssysteem dat heel veel lijkt op dat van DNA. Ze maken gebruik van de meest fundamentele principes uit de natuur: fractals, gebroken symmetrieën en zelfs een ingebouwd kopieersysteem dat onvermijdbaar leidde tot de kenmerkende variëteit en diversiteit van de natuurlijke wereld.

Voor de Hebreeën, tekst was leven en leven was tekst.

De komende twee weken gaan we een kijkje nemen naar de complexiteit van de Bijbel.

Friday, June 3, 2016

Hoe je een Hebreeër van een Jood onderscheidt.

Semieten, Hebreeërs, Israëlieten, Joden... wij moderne mensen houden van onze etiketten. In de Hebreeuwse Bijbel, echter, staan deze categorieën niet zij aan zij maar vallen ze in elkaar, als een Russische Babushka pop.

De meeste etnoniemen die bij Bijbelse helden horen zijn deelverzamelingen van andere, meer algemene etnoniemen, in plaats van aanduidingen van groeperingen die naast elkaar bestonden in een oceaan van competerende groeperingen.

De volgende lijst van min of meer bekende etnoniemen slaan niet op parallelle schijfjes van de algemene bevolking maar van categorien die steeds nauwer worden. De lijst begint met de meest algemene categorie, waar alle levende wezens met een stoffelijk lichaam toe behoren.

Hou er ook rekening mee dat Bijbelse tijd niet hetzelfde is als klok-en-kalender tijd. De Bijbel volgt een progressie in complexiteit. Bijbelse tijd is te vergelijken met de vier jaar van je middelbare school waar je in werkelijkheid zes kalenderjaren over hebt weten te doen.

Adam

Bijbels gesproken zijn de Adamieten de afstammelingen van  Adam,  maar terwijl Adam doorgaans wordt gezien als de eerste menselijke voorouder, staat Adam in de Hebreeuwse Bijbel voor het niveau van volledige symmetry in de aardse biosfeer. Met name: de naam "Adam" slaat op elke schepsel met een stoffelijk lichaam. Eva, ten slotte, was de "moeder van alle levenden" (Genesis 3:20) en niet alleen van de levende mensen. De term "alle levenden" komt nog zes keer voor in de Bijbel en slaat altijd op de hele biosfeer: Genesis 8:21, Job 12:10, 28:21, 30:23, Psalm 143:2, 145:16.

Hiermee zeggen we NIET dat Adam een Paramecium was (geen boze emails sturen, aub). We zeggen dat wat voor Adam geldt, geldt voor elk levend schepsel met een lichaam. Dit is de reden dat de "oorspronkelijke zonde" betrekking heeft op de gehele biosfeer (Romeinen 8:20-22).

Noach

De volgende grote symmetrybreuk volgt in Noach, of liever gezegd in de vloed van Noach, die het niveau van complexiteit aangeeft waarop de menselijke bewustzijn zich onderscheidt van dierlijke intelligentie -- waar de "sapience" van Homo sapiens als apart begint te gelden.

Het is duidelijk dat het beeld van Noach en alle dieren in de ark wederom op de hele biosfeer slaat, maar nu gaan mensen een specifieke rol vervullen in het hele verhaal. De familie van Noach bestaat uit zeven individuen, en dat plaatst Noach's familie in de klasse van reine dieren (Genesis 7:2). Maar Noach is hier het hoofd van, en vormt een literaire parallel met God als hoofd van de schepping.

En nogmaals: hiermee zeggen we NIET dat Noach een Australopithecus was. We zeggen alleen dat vóór het complexiteitsniveau van Noach, mensen op dezelfde sofware draaien als dieren.

Op een paar plaatsten in de Bijbel wordt aan een totale mens-dier symmetry gerefereerd (Prediker 3:18, Judas 1:10) en Jezus zegt zelfs dat mensen vóór de vloed "niet wetend" (in Grieks: ouk ginosko) waren tot de vloed kwam en ze allemaal opwaarts  (airo, letterlijk: de lucht in) gingen (Mattheus 24:39).

Semieten

The Semieten stammen af van Sem, één van de drie zonen van Noach, die logischerwijs de meest fundamentele substructuur van de menselijke geest voorstellen (niet helemaal hetzelfde als Freud's id en ego enzo maar wel in de buurt).

Traditionele modellen zagen de drie zonen van Noach als de aardsvaders van geografish verspreidde mensengroepen (naar Genesis 10), en zagen Sem's nazaten het Midden Oosten bevolken. Wij van Abarim Publications, echter, zien dat allemaal niet zo zitten.

Voor nationalisme heb je moderne naties nodig, en die waren er toen nog niet. De grenzen van landen werden niet door borden en slagbomen aangegeven maar door gedachtegoed en bijbehorende symbolen. Het lijkt ons erop dat de auteurs van dit verhaal niet zo geintereseerd waren in fysieke komaf maar veel meer in de oorsprong van het gedachtengoed van de diverse volken. Neem Abraham bijvoorbeeld, de spreekwoordelijke "aardsvader der aardsvaders". Die was niet zozeer vader in de biologische zin van het woord maar de "vader van alle gelovigen" (Romeinen 4:16). De broers Jabal and Jubal idem dito. Die zijn de "vaders" van alle fluitspelers en mensen die in tenten wonen (Genesis 4:20-21), maar hun fysieke stamboom kwam ten einde in de vloed van Noach.

Wij zijn er redelijk zeker van dat al die lange stambomen in de Bijbel voornamelijk slaan op de evolutie van wijsheid (dat wil zeggen: wetenschap, technologie en praktische vaardigheden): waar bepaalde technieken en wetenschappen op gestoeld waren en wat voor verdere wijsheid daaruit voort gekomen is.

De traditie wil dat Sem's broer Japheth de landen van Europa en Azie bevolkte, en Japheth's beroemde kleinzoon Javan als patriarch van Griekenland. Hier bij Abarim denken we dat Javan eerder te maken heeft met de beroemde wijsheid van de Grieken, inclusief wiskunde, literature en de staatskunde die voor het eerst met de democratie op de proppen kwam. De derde broer, Ham, had met Afrika te maken, of liever gezegd met Afrika's traditionele culturen, en werd door de auteurs als 'jongste' of liever gezegd 'kleinste' van de broers genoemd (Genesis 9:24).

Merk op dat de drie zonen van Noach werden geboren vóór de vloed (Genesis 5:32, 11:10). Dit lijkt te suggerern dat de auteurs van mening waren dat de meest rudimentaire structuur van de menselijke geest al in de dierenwereld aanwezig is, en dus herkenbaar zou moeten zijn in intelligente dieren.

Hebreeën

Eén van de meest beroemde etnoniems van deze lijst is ook één van de meest verkeerd toegepaste. In the Bijbel zijn de Hebreeën dezelfde als de Eberieten, ofwel de "zonen van Eber" zoals die genoemd worden in Genesis 10:21 en 10:25. Wie deze Eberieten precies waren maakt de text niet duidelijk, maar de context in ons model suggereert dat de Eberietien zich onderscheiden van de rest van de mensheid door een vaardigheid dat te maken heeft met taal. Misschien is dit het vermogen om te spreken, misschien schrijven en misschien het vertellen van verhalen, dat het begin betekende van de moderne informatie technologie.

Het Semitische alfabeth is uitgevonden door de Phoenicians en geperfectioneerd door de Bijbelschrijvers (wie dat ook geweest moge zijn) door hun bijdrage van de klinkernotatie (en merk op dat de Naam van God, of YHWH, alleen maar uit die klinkers bestaat -- dit is geen toeval). Het alfabet maakte het veel gemakkelijker om te leren lezen en schrijven en deze uitvinding maakte de hele wijsheidstraditie beschikbaar voor de gewone mensen (vandaar dat de Bijbel spreekt over een "volk van priesters": Exodus 19:6, 1 Petrus 2:9). Dit zorgde vervolgens voor een enorme instroom van wetenswaardigheden, en een algemene opzuivering van wat al bekend was, en meer beter opgeleide mensen resulteerde in een sterkere en gezondere samenleving.

Op de complexiteitsschaal lijkt de uitvinding van het alfabet samen te vallen met de uittocht van Israël uit Egypte, en Egypte in dit geval is dus niet het land in de politieke zin maar meer de wijsheidstraditie van Egypte die weigerde om het Semitische alfabeth te gaan gebruiken en zodoende haar machtspositie in de regio verspeelde.

Eber is ook het punt waarin een perspectief verder dan je eigen directe referentiekader manifesteert. Eber had twee zonen, namelijk Peleg and Joktan. In de dagen van Peleg "werd de aarde verdeeld"  (Genesis 10:25), en dat geeft een mondiaal of wereldwijd bewustzijn aan. De nakomelingen van Joktan culmineren in de toren van Babel (10:26-11:1). Met andere woorde: de twee zonen van Eber belichamen de fundamentele competitie tussen Keizerrijk (Joktan, van Babel tot Rome) en het autonome individu (Peleg, van Abraham tot Christus).

Abraham

In huidige tijden wordt de naam Abraham vaak gekoppeld aan de drie grote Abrahamitische religies (Jodendom, Christendom en Islam), maar op het Bijbelse platform is Abraham ten eerste een zoon van Peleg (anti-Keizerrijk), en ten tweede de belichaming van een internationale uitwisseling van goederen en ideeën; precies het tegenovergestelde van een rovend, buitmakend en gecentreerd Keizerrijk.

Voor een uitgebreide behandeling over de intersectie tussen Abraham als literair knooppunt in de Bijbel en het ontstaan van internationale handel, zie ons (Engelstalig) artikel over de naam Abraham.

Isaac

De naam Isaac betekent Gelach, en zijn verhaal is doorspekt met precies dat: komedie. Het wordt niet vaak benadrukt maar komedie is één van de meest dominante genres in de Bijbel, en de kracht van leuk werd al heel lang vóór Aristoteles en Chevy Chase toegepast in wijsheidsliteratuur.


Het komt misschien niet overeen met je moderne smaak van verfijnde grappenmakerij, maar iemand van honderd jaar oud die zijn iets jongere vrouw bestijgt en bezwangerd (Genesis 17), een zoon die zijn blinde vader probeert te misleiden door met een visuele vermomming aan te komen (Genesis 27, zie Hebreeën 11:20), de absurde aanslag op dikke koning Eglon (Richteren 3:24), Manoah's lijpe gewauwel tegenover de engel (Richteren 13), het hele  Saul-versus-David roadrunner-achtige gedoe (1 Samuel 13 en verder), tot aan de kolderieke discussie tussen Jesus en  Nicodemus (Johannes 3), de honderd liter (!) geparfumeerde olie van Nicodemus (Johannes 19:39), de onnozelheid van de Farizeeën inzake de herkomst van Jona (Johannes 7:52, zie 2 Koningen 14:25 en Mattheus 12:40), zijn allemaal instanties van literaire slapstick.

De beroemde "grote vreugde" waar Judas het over heeft (Judas 1:24) wordt vaak uitgelegd als een soort van kalme, innerlijk plechtigheid, maar nee hoor: in de aanwezigheid van God is het lachen, gieren en brullen geblazen.

Het cruciale element van dit alles is dat lachen een reactie is op iets onverwachts (iets leuks zie je nooit aankomen). In de dierenwereld wordt op iets onverwachts natuurlijk met angst gereageerd, en dat is de reden waarom lachen en huilen zo hetzelfde klinken: op het fysieke niveau is het precies hetzelfde proces en het verschil tussen lachen en huilen is puur emotioneel.

Het meest herhaalde gebod in de Bijbel is: wees niet bang, of heb geen angst. En al klinkt dat alsof je bevolen wordt om een heel handige mentale functie te onderdrukken, is dit gebod natuurlijk de equivalent van: zorg ervoor dat angst niet bij je op hoeft te komen.

Je kan pas lachen als je gevoel van veiligheid zo sterk is dat je iets vreemds of onverwachts niet meer direct als iets potentieel gevaarlijk ervaart, maar als iets potentieel gunstig. In Athene stond het altaar gewijd aan de "onbekende god" (Handelingen 17:21-23) ongetwijfeld in een comedy club.

Jakob => Israëlieten

In Isaac bereikt het niveau van de menselijke mentaliteit een duidelijk plafond (en we zitten nog steeds op een complexiteitsschaal, niet in evolutie over tijd). Isaac belichaamd het niveau van ultieme persoonlijke vreugde, en dat valt niet te verbeteren. Zijn zoon  Jakob maakt dan ook geen verbetering in de verticale zin van het woord maar meer in de horizontale. Tot aan Jakob wordt het verbond tussen God en mensen altijd gedragen door één man, maar in Jakob wordt de aardse partner van het verbond een volk van meerdere mensen: Israël (Genesis 32:28).

De transitie tussen het mannelijke individu en het vrouwelijke collectief is een fundamenteel Bijbels principe. Het archetype wordt gelanceerd in de scheppingsweek, waarin het licht van de eerste dag uitloopt in de vele lichten van dag vier. En dit principe is natuurlijk ook primair in de relatie tussen Jezus (mannelijk) en kerk (vrouwelijk).

Juda => Joden

Israël drukt veiligheid en vreugde op een nationale schaal aan, en dat blijkt uit twaalf hoofd-subfuncties te bestaan, corresponderend met de twaalf stammen van Israël. Welke twaalf ministeries dit precies zijn is niet helemaal meer duidelijk, op één na, namelijk Josef, die oneirocritica of droomuitlegkunde vertegenwoordigt.

Maar wat deze vaardigheid op nationaal niveau inhoudt is onduidelijk, maar het verhaal lijkt te suggereren dat er een meetbaar sociaal equivalent bestaat van de herinnering aan een droom waar een individu mee wakker wordt. Wellicht heeft Josef te maken met een systematische analyse van de informele, ondergrondse cultuur van een samenleving. Het oude China had speciale functionarissen die door de landen trokken om naar de kunst van mensen te kijken en naar hun muziek te luisteren, om uit te vissen wat er onder de mensen speelde. Misschien was Josef's functie net zoiets.

Deze vaardigheid lijkt te zijn ontstaan ergens in Kanaän waar het aanvankelijk niet zo gewaardeerd werd (Genesis 37:19). Toen werd het opgepikt door Midian in Arabië, en die groep verkocht het door aan Egypte. Daar was het aanvankelijk ook onderschat, maar snel niet meer, en uiteindelijk werd het een centrale plaats gegeven in Egypte's wijsheidstraditie (Genesis 41:45).

Maar de meest bekende Israëlische stam vandaag de dag is natuurlijk Juda. Als we uit kunnen gaan van de naam dan waren deze jongens de Lof Prijzers. Wat dat precies inhield is ook niet meer duidelijk, maar het had waarschijnlijk erg weinig te maken met Opwekkingsliederen. Juda's moeder Lea legde de naam Juda uit door te zeggen, "Deze keer zal ik de Heer loven" (Genesis 29:35), maar dat wil niet zeggen dat ze nu met loven begon, maar eerder dat ze het onderwerp van haar loven wijzigde.

Voorafgaand aan de geboorte van Juda was Lea voornamelijk uit op de attenties van haar man Jakob, maar met de geboorte van Juda besloot Lea om voortaan maar voornamelijk op YHWH te letten. Dat maakt van lofprijzen nog steeds niet noodzakelijkerwijs een religieuze onderneming want de naam YHWH betekent zoiets als "Zoals Het Is" of "Datgene Wat Werkelijk Bestaat" (het is niet zomaar de persoonlijke naam van God, maar de naam waaronder je Hem kan kennen, en dat via wat werkelijk bestaat is en niet zomaar door iemand is verzonnen -- zie Romeinen 1:20). Dat wil zeggen dat het "lofprijzen van YHWH" waarschijnlijk te maken heeft met het bestuderen en begrijpen van natuurlijke wetten, en het uitlijnen van beide persoon en samenleving met die wetten.

Eeuwen later werden de andere stammen van Israël ontvoerd door Assyrië (die naam komt ook van een woord dat met vreugde te maken heeft) en, weer wat later, de Judeeërs door Babylon.

Maar de mensen die in het gebied van Juda woonden waren niet allemaal afstammelingen van Juda, want de stam van Juda bevatte ook de nakomelingen van de broers Levi en Simeon (Genesis 49:5-6). Wat voor nationale attributen Levi en Simeon belichamen is ook niet helemaal duidelijk, maar van Levi stamden de priesterlijke Levieten af -- en omdat er toentertijd nog geen scheiding tussen staat en religie bestond was een priester toen natuurlijk een heel ander ding dan een priester nu.

Levi, Jacobus Levi
De naam Simeon komt van het werkwoord voor "horen" (de naam van oudste broer Reuben komt van het werkwoord voor "zien") en het zou best wel eens kunnen dat de drie oudste zonen van Jacob en Leah met een nationale informatiedienst van doen hebben.

De naam Levi komt van een werkwoord dat 'verband leggen' betekent en zou wel eens te maken kunnen hebben met het systematisch verwerken van nationale intel.

De mix van Judeeërs, Simeonieten en Levieten kreeg later collectief de naam Joden, en terwijl de andere stammen van Israël naadloos werden opgenomen in Assyrië, tierden de Joden welig in Babylonië en later Perzië.

De ballingschap eindigde in de zogenoemde terugkeer, maar de mensen die werkelijk terugkeerden waren maar een minderheid vergeleken bij de mensen die bleven hangen. De Joden van Babylonië/Perzië waren bijzonder invloedrijk geworden en hun wijsheidsscholen groeiden als kool. Het kwam zelfs zover dat de Perzische keizer Cyrus de Grote de restauratie en herbouwing van de Tempel in Jeruzalem ontwierp en financieerde (Ezra 6). De Joodse centra in Perzië bleven draaien tot ver na de tijd van Jezus. De Joodse Talmoed (een wetboek en Bijbels commentaar) heeft een Babylonische versie en een Jeruzalem versie maar de Joodse traditie in Babylon was zoveel sterker dan die uit Jeruzalem dat de Babylonische Talmoed veel uitgebreider en diepzinniger is dan die uit Jeruzalem.

De prominentie van de Joodse elite in Perzië werd natuurlijk uitgebreid gevierd in het verhaal van Esther, en zelfs toen de langverwachte Messias  werd geboren wisten de broeders uit Perzië er eerder van dan de buren uit Judea. De beroemde "wijzen uit het oosten" die in Bethlehem op kraambezoek kwamen waren natuurlijk Joodse geleerden (Matthew 2:1).

Mensen hebben lang problemen gemaakt over het verschil tussen het evangelie van Mattheus en dat van Lukas  omdat Mattheus het heeft over "wijzen uit het oosten" en Lukas over de "herdertjes" die bij nachte de wacht hielden over hun schapen "in het veld", maar dat zijn natuurlijk twee verschillende manieren om precies hetzelfde te zeggen: De bevrijdingsbeweging van Jezus was in Romeins Judea ontstaan, maar het eerst ontdekt en vervolgens zwaar gefinancierd door de achterban in Babylonië/Perzië.


Friday, May 27, 2016

De menselijke geschiedenis II: Goddelijke spraak

Spraak is een regelrecht wonder

Spraak is een regelrechte wonder, iets dat moderne mensen vaak vergeten. Het vereist gespecialiseerde lichamelijke hardware en een brein dat in staat is tot ongelooflijke abstracties. Volgens sommige modellen begon spraak mogelijk geworden als gevolg van een mutatie op het Y-chromosoom (Crow, Tyler-Smith) en terwijl sommige onderzoekers zich afvragen waarom, als mannen spraak hebben uitgevonden, vrouwen er zo goed in zijn geworden, zijn Schrift Theoristen zoals wij van Abarim Publications meer gecharmeerd van de parallel met Genesis 2:22.

Taal (het gevolg van de mogelijkheid om te kunnen spreken) is net zo'n mirakel want het vereist overeenstemming tussen mensen over enorme gebieden en lange periodes. Tot op de twintigste eeuw waren mensen er van overtuigd dat de diverse talen van de wereld compleet aparte dingen waren, en waren heel verbaasd over de "toevallige" maar heel duidelijk overeenkomsten tussen talen van mensengroepen die elkaar onmogelijk konden hebben ontmoet.

Meer geavanceerde taaltheorie, echter, begon aan te tonen dat alle menselijke talen in feite heel erg op elkaar lijken, en dat ze allemaal zijn gebaseerd op hetzelfde werkingsprincipe, namelijk syntax. Alle talen bestaan uit dingen zoals werkwoorden en zelfstandige naamwoorden, en ze zijn allemaal afhankelijk van de relaties tussen de woorden.

Al lijken ze dan heel divers, de talen van mensen zijn net zo identiek als hun lichamen.

Edward O. Wilson
Vervolgstudies hebben aangetoond dat DNA op bepaalde fronten net zo werkt als taal  (Gariaev, Delrow). Sommige enthousiastelingen concludeerden daarop dat aliens al het DNA op aarde hebben voorzien van hun hartelijke groeten (en dat hulpvaardig in onze eigen mensentaal, dat wij op ons eigen houtje hadden weten te ontwikkelen) maar de werkelijke toedracht zit hem natuurlijk in het omgekeerde. Mensen vormen niet alleen hun cellen in navolging van hun DNA maar ook hun sociale bindingen.

De beroemde bioloog Edward O. Wilson heeft eens opgemerkt dat de individuele mier niet bestaat: mier-DNA komt inclusief het sociale gedrag dat mieren aanzet om reusachtig complexe mierenhopen te bouwen, en het zelfde geldt voor mensen en hun talen. De talen van mensen lijken zoveel op elkaar omdat het DNA van mensen zoveel op elkaar lijkt, en taal en DNA lijkt zoveel op elkaar omdat ze eigenlijk hetzelfde ding zijn.

Mensentaal resoneert met DNA en DNA is niet een saaie code die we slaafs moeten gehoorzamen maar opwindende verhalen waar we graag naar luisteren. Levende wezens zijn geen machines die draaien op software; ze dansen op genetische muziek.




Stel je eens voor hoeveel factoren er allemaal moeten meewerken om een steenkool tekening te bewaren voor slechts een paar jaar. De kans dat zo'n tekening de tand des tijds overleefd voor tienduizenden jaren is piepklein en het feit dat we er relatief zoveel hebben geeft aan dat in de oudheid de wereld bezaaid was met graffiti: wegwijzers, totems en waarschijnlijk een heleboel gewoon voor de mooiigheid.

De prachtige Lascaux grotschilderingen

Geschreven taal evolueerde uit plaatjes, en het kan best zo zijn dat de eerste kunstvoorwerpen waren bedoeld om gesprekken aan te wakkeren, en dit om uit te vissen hoe andere mensen bepaalde dingen noemden (Genesis 2:19). Het is ook aannemelijk dat voor dat mensen een echte taal begonnen te ontwikkelen ze in melodien "spraken" en dat muziek zich eerder ontwikkelde dan gesproken taal. Dat suggereert dat muziek begonnen is als een instrument voor het vormen van sociale banden met andere mensen en stammen. En dat wil zeggen dat spraak wellicht is ontstaan als verbetering van muziekale communicatie.

Taal is niet een autonoom ding, net zoals DNA dat niet is. Maar gesproken taal is een uitdrukking van DNA, en vormt dientengevolge haar eigen verbale biosfeer. En net zoals, volgens sommige modellen, de biosfeer ooit bestond uit een enorme hoeveelheid eencellige organismes, zo zal de sfeer van menselijke taal ooit hebben bestaan uit een grote hoeveelheid verschillende proto-woorden.

In de biosfeer zijn de meeste eencellige wezens uitgestorven (al bestaat zelfs vandaag de dag de meeste biomassa op aarde uit eencellige organismen) maar sommige overlevenden zijn begonnen met samen te klonteren tot kolonies. Op een soortgelijke manier begonnen menselijke spraak te polariseren in talen, waarin mensen uit grote gebieden dezelfde concepten begonnen te associëren met dezelfde geluiden.

Taal maakte het mogelijk om dingen te beschrijven en te bespreken die niet direct zichtbaar waren, en de kunst van het verhalenvertellen zal daar een logisch gevolg van zijn geweest. Verhalen gaven de mensen de gereedschappen om abstracties te verhandelen. Verhalen werden verteld en herverteld, toegepast en aangepast, als metaal in een smederij (Psalm 12:6). Sommige versies raakten vergeten maar anderen werden kampvuur hits en later de archetypes waar iedereen bekend mee werd.

In de biosfeer werden de complexe kolonies voorbijgestreefd door wezens die in feite hyper-sociale kolonies van eencellige wezens waren: meercellige organismen. In de taalsfeer begonnen mensen hun archetypen te compileren, waaruit tradities ontstonden, die de levensadem vormde van collectieve culturen.

In Hebreeuws is het woord voor bij, namelijk, deborah, de vrouwelijke vorm van het mannelijke woord dabar, dat "Woord" betekent, of het "-logie" deel van woorden zoals mythologie en sociologie.

Vroeger suggereren theoristen wel eens dat religie was ontstaan omdat mensen bang waren, of de harde werkelijkheid inruilden voor zoetsappige fantasieën over hemels vol met druiven en zo, maar het is nu langzamerhand voor iedereen duidelijk dat het zo niet gegaan is.

Mythologen verbazen zich over de similariteiten tussen de diverse mythologische systemen die de oudheid opgeleverd heeft, maar de reden hiervan is dat al die systemen dezelfde natuurlijke principes weergeven, namelijk de werkingsprincipes van DNA. Alle DNA bevat code dat een schepsel er toe aan zet om zijn eigen code te reproduceren. Dat is precies wat menselijke taal ook doet. Op het genetische niveau is een bacterie net zo complex als een mens, net zoals op het niveau van taal een vers verzonnen verhaal net zo complex is als een gouwe ouwe mythe. Maar verhalenvertellen volgt precies dezelfde progressie van complexiteit als leven.

Archeologen vragen zich af waarom na honderden millennia van ontspannen foerageren de mensheid zomaar ineens land begon te bebouwen (want dat is veel meer werk en levert erg weinig of helemaal geen directe voordelen op). Er zijn natuurlijk heel wat theorieën geopperd om dat te verklaren, maar wij van Abarim Publications denken dat het te maken heeft met dat mensen de drang naar urbanisatie uit hun eigen mythen begonnen te halen. Een agrarische samenleving kan meer mensen in hetzelfde gebied onderhouden, en dat betekent meer geleuter en dus meer uitwisselingen van ideeën, en dat is een commando direct uit ons genetische hart. Onze genen bepalen onze mythen, en onze mythen bepalen onze cultuur.

Het is nog steeds een mysterie waar DNA vandaan komt want als natuurlijk fenomeen lijkt het de tweede hoofdwet van de thermodynamica te overtreden. Concentraties van energie moeten volgens die wet uiteindelijk glad gestreken zijn, en alle materiële structuren moeten uiteindelijk tot stof vervallen. Met andere woorden: de entropie (populair gezegd: de mate van chaos, en wat minder populair: de mate van stilte) van een gesloten systeem moet altijd toenemen, en een natuurlijke formatie van DNA lijkt de verkeerde kant op te wijzen. DNA kan niet zomaar ontstaan, net zoals een BMW niet zomaar kan ontstaan.

De oplossing van dit probleem komt als je je herinnert dat "tijd" één van de vier hele echte dimensies van de kosmos is, en het zogenaamd gesloten systeem waar leven zich in afspeelt strekt zich uit over miljarden jaren. Dat wil zeggen dat het heelal de formatie van DNA kan aanmerken als een investering in orde (entropie neemt af) die later wordt terugbetaald in een veel grotere wanorde (entropie neemt veel mee toe).

Een biosfeer van levende wezens met hun onvoorspelbare vrije wil levert een veel hogere, zelfs "transfinitieve" entropie op dan een berg stof (maximale entropie). Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat het heelal het ontstaan van leven helemaal in overeenstemming ziet met die tweede hoofdwet van de thermodynamica, zolang levende wezens niet op hun voorspelbare krent blijven zitten (Genesis 15:6).

In een wat meer poëtische aanpak van thermodynamica: menselijk DNA is stiller dan elk ander DNA, en de Thora is stiller dan elke andere religieuze expressie. De enig mogelijke uitkomst van evolutie -- wat Johannes in Openbaring 21-22 het Hemelse Jeruzalem noemde -- zal op één of andere manier DNA weerspiegelen, dat het heelal weerspiegelt, dat de Schepper weerspiegelt.

... en gij zult stil zijn



Friday, May 20, 2016

De menselijke geschiedenis

Wij van Abarim Publications raken zelden van de kook, maar voor het chauvinisme van het evolutionaire paradigma maken we graag een uitzondering.

Sinds de Romeinse tijd hebben mensen er op aangedrongen dat alles dat niet is zoals wij, automatisch inferieur is. In meer recentere tijden leverde dit het idee op dat onze anatomisch identieke voorouders achterlijke bruten moeten zijn geweest, die bloot om een kampvuurtje zaten af te wachten tot hun lege hoofden zich spontaan vulden met het verlangen om koeien te gaan melken, en de goede smaak om leiders aan te stellen om braaf aan te gehoorzamen (in ongeveer 9000 voor Christus).




Het wordt wel eens gezegd dat de mens een diersoort is met geheugenverlies maar het is erger dan dat: cultureel chauvinisme heeft het groene licht gegeven aan de massamoord van miljoenen mede-modernen, en heeft de rest van ons beroofd van onze collectieve kinderjaren.

Energie (waar de materiële wereld van gemaakt is), DNA (waar de biosfeer van gemaakt is), en bewustzijn (waar de menselijke cultuur van gemaakt is) lijken zoveel op elkaar dat je ze kan zien als drie iteraties van hetzelfde primaire principe: drie keer hetzelfde fundamentele idee. En alle drie deze media kwamen tevoorschijn uit het niets, en bleven daarna in principe hetzelfde maar veranderden drastisch in toepassing, als een auto die geparkeerd kan staan of over de weg kan razen zonder dat de eigenlijke auto verandert.

Het heelal ging van singulariteit (auto geparkeerd) naar hoe het er tegenwoordig bij staat (auto raast over de snelweg) omdat het heelal dat vanaf het begin al in zich had (als een auto die zomaar uit een fabriek komt rollen, zonder goede reden). Ondanks de verhalen van bepaalde mensen doet leven precies hetzelfde. Wetenschappers schatten dat leven vier miljard jaar geleden is begonnen, als een kudde eencellige wezentjes dat ons voorouderlijk DNA al in zich droegen.

Dit voorouderlijk DNA was toen (auto geparkeerd) net zo ingewikkeld als nu (auto raast). Tot de wanhoop van klassieke evolutietheorie is leven niet begonnen op fietsniveau of kruiwagenniveau. Het is begonnen op model-T niveau en is sindsdien ongeveer gelijk gebleven. Onze verre eencellige voorouder draaide op dezelfde harde software als wij doen.: namelijk op een kolossaal ingewikkelde set instructies die geschreven zijn in een volledige gevormde genetische taal.

Leven verandert van vorm maar niet van principe. Dat heel ingewikkelde principe heeft altijd bestaan.

De sfeer van bewustzijn volgt precies hetzelfde profiel: helemaal compleet vanaf het eerste begin, maar zonder conventie (breed variërend intellectuele overeenstemming). Homo sapiens heeft nu zo'n beetje 200.000 jaar bestaan, en ze zijn altijd precies zoals wij modernen geweest. Ze hadden onze emoties, ons gevoel voor medeleven, onze theory of mind, ons gevoel voor planning, logica en het oplossen van problemen,

Vóór het ontstaan van taal (waarvoor een brede overeenstemming nodig is) waren mensen net zo slim als nu en ze waren zeker niet doofstom. Ze hadden dezelfde hersenen en dezelfde strottenhoofden als wij en konden elk dier in het bos imiteren. Voor ze begonnen te praten -- dat wil zeggen: voor ze het eens begonnen te worden over hoe dingen genoemd moesten worden -- moeten mensen voornamelijk gecommuniceerd hebben met natuurlijke klanken: grommen, tongklikken, roepen met diverse intonaties, precies zoals hun mededieren communiceerden.

Met andere woorden: de voorouderlijke Homo sapiens (en waarchijnlijk ook Australopithecus and Neanderthalers) spraken dan wel geen algemeen beschaafd Nederlands, ze spraken vloeiend Leeuw, Gnoe, Aap en alle andere dierentalen van de wereld. Prehistorische mensen begrepen precies wat een dier allemaal liep te roepen als het angst of honger of frustratie uitdrukte, en konden hun eigen beslissingen daaraan aanpassen. En omdat ze het meest waarschijnlijk dieren beschreven waren de eerste woorden waarschijnlijk onomatopoetisch: aanpassingen van dierengeluiden (woef woef, grom grom).

Niet zoals de parodie-achtige Flintstones geeft de reuzeleuke film The Croods aan dat de algemene houding naar de mensen van de prehistorie aan het veranderen is.
Onze voorouders hebben altijd verhalen verteld, en lachten en huilden en droomden en planden. Hun gedachten waren tot de rand gevuld met kennis over de natuurlijke wereld, en hun vermogen om hun krachten te bundelen maakte ze praktisch onverslaanbaar. Met verstand van zake kan diergedrag nauwkeurig worden voorspeld, en een dagelijkse patrouille kon grote gebieden vrij van roofdieren houden. Nauw samenwerkende teams kunnen makkelijk leeuwen en dergelijke aan, en grote dieren werden routinematig opgejaagd en geslacht. Onze voorouders liepen door hun territorium trots als beren en behendig als roedels wolven. Ze hadden absoluut niets te vrezen. Vergeleken met de moderne stadsmens leefde onze prehistorische voorouders werkelijk in een Hof van Eden.

Mensen zijn natuurlijke probleem-oplossers en het feit dat we gedurende tienduizenden jaren nauwelijks ons gedrag veranderden laat zien dat we weinig problemen op te lossen hadden. Eten was doorgaans overal beschikbaar -- het groeide gewoon aan de bomen! Studies tonen aan dat prehistorische mensen heel weinig tijd moesten investeren in hun levensbehoeften en de rest van de tijd konden hangen en buurten.

De Geissenklostere fluit, van 40,000 voor Christus, is één van vele gevonden muziekinstrumenten


Veertigduizend jaar oude fluiten met drie of vijf gaten zijn gevonden in Duitsland, en wat overblijft na zo'n lange tijd moet wel deel zijn geweest van een reusachtige voorraad. De Duitse fluiten zijn gemaakt van bot of ivoor en hebben flink wat tijd gekost om te fabriceren. Dat geeft aan dat die fluiten en de muziek die je er mee kon maken niet de dag daarvoor waren uitgevonden.

Tienduizenden jaren voordat onze voorouders agrariërs werden zaten ze in de bossen lekker te jammen. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ze ook niet allerlei koren en orkesten vormden en dat ze hun muzikale kunsten niet net zo serieus namen als wij tegenwoordig doen.

Deze adembenemende schilderijen uit de Chauvet Grot dateren van 30,000 voor Christus.
Omstreeks dezelfde tijd dat onze voorouders muziek begonnen te maken begonnen ze ook te schilderen en beeldhouwen, en het feit dat we nu nog zoveel kunstvoorwerpen uit het Stenen Tijdperk overhebben geeft aan hoeveel er in de tijd geweest moeten zijn. Bewoonbare plekken blijven vaak bewoond en omdat woonplekken geregeld van een nieuw inrichting worden voorzien is het bijzonder zeldzaam om hele oude versiersels te vinden. En dat we er nog zoveel hebben suggereert met klem dat de oude wereld net zo bol stond van graffiti als onze moderne wereld.

Onze voorouders waren niet stil en hielden zich niet schuil. Precies het omgekeerde. Ze deden hun uiterste best om opgemerkt te worden. Er was erg weinig competitie en het enige waar mensen behoefte aan gehad zullen hebben was vermaak en opwinding. Net als moderne dolfijnen die het meeste van hun tijd doorbrengen met spelen moeten prehistorische mensen niet anders dan lol getrapt hebben, met familie en nabij wonende stammen.

Het complex bij Göbekli Tepe werd gebouwd lang voordat landbouw werd uitgevonden en mensen in steden begonnen te wonen.
Net als ons moderne Internet had het prehistorische Internet als functie om bij te blijven met de nieuwste songteksten en kampvuur hits. Zoveel zelfs dat men gigantische party centers neerzette om op geregelde tijden de mensen uit hele regio's samen te brengen, allemaal lang voordat landbouw begon.

Van het complex bij Göbekli Tepe, bijvoorbeeld, zijn alle juiste mensen heel sacherijnig geworden omdat dit het oude idee dat onze voorouders maar suffe sullen waren voorgoed de nek omgedraaid heeft. Göbekli Tepe laat zien dat lang voordat landbouw begon, mensen in complexe samenlevingen opereerden. En dat suggereert met klem dat ze wel de kennis maar niet de wil hadden om steden te bouwen en geiten te fokken.

Onze voorouders hadden dezelfde soif-de-vivre als wij vandaag de dag hebben. Tienduizenden jaren voordat men land begon te bebouwen hadden onze voorouders al schepen in het water en navigeerde ze met behulp van de sterren naar verre oorden. Voor geen enkele noodzaak maar puur voor de fun staken ze hele oceanen over en stichtten ze overal kolonies -- en een kolonie heeft minimaal twintig mensen nodig om te beginnen dus de theorie van het per ongeluk weggedreven vissersechtpaartje kan niet de wereldwijde bevolking van eilanden verklaren. Het is met opzet gebeurd, en van te voren gepland.

Mensen bouwden wat ze maar wilden en waar ze maar wilden. Ze bloeiden overal en beheersten de hele natuurlijke wereld lang voordat ze dieren, planten en uiteindelijk zichzelf domesticeerden.


Friday, May 13, 2016

Waarom je waarschijnlijk geen Christen bent (maar iets veel beters)


Door de jaren heen hebben mijn thuisgroepers aardig wat te verduren gekregen vanwege mijn wilde theologieën, maar niets doet ze meer kokhalzen en tekeer trekken als wanneer ik opbiecht dat ik geen Christen ben.

Bijbelstudies over Christen-zijn lopen geregeld uit op hysterische vechtpartijen en meer dan eens ben ik ondersteboven aan het wc plafond vastgeplakband.

Mijn thuisgroepers, namelijk, zijn in de eerste plaats Christen, en pas redelijk als alle andere paden der Sapientia uitvoerig zijn bewandeld. Met al die bloeddorstige immigranten en terroristen die tegenwoordig overal op de loer liggen zijn verklaringen van alliantie net als geheime wachtwoorden, en een beheerst onderzoek van alternatieven heeft plaatst gemaakt voor vlagzwaaien, strijdkrijten en modder gooien naar alles wat anders is.

Zelfs de Volledig Andere, die ooit bekend stond als iedereen's Schepper, is naar het niveau van stamtotem gekatalambanoot, en is nu niet meer dan een veredeld logo der uitverkorenen.

Maar, zoals Hij zei door de woorden van Jesaja: Kom en laten we samen redeneren (Jesaja 1:18).

In het oude Israël, moet je weten, werd je niet tot koning gekroond maar gezalfd. Het werkwoord daarvoor is masah, en een "gezalfde" (een koning dus) heette messiah. Dat zelfde werkwoord in het Grieks is chrio en het zelfstandige naamwoord dat daarbij hoort is christus.

Christus is niet een naam maar een heel gewoon Grieks woord. Het betekent letterlijk "gezalfde" en werd gebruikt als synoniem voor een Joodse koning van  Judea.

Toen in 63 voor Christus de Romeinse generaal Pompey een einde maakte aan de Joodse Hasmoneanse dynastie, kwam een nationalistische beweging op gang van mensen die helemaal geen zin hadden in de Romeinse bezetting, van de Romeinen af wilden en wederom een Joodse koning op de troon van Judea wilden hebben (zie Johannes 6:15).

Aangezien de wereld in die tijd Grieks sprak stond die Joodse koning bekend als christus, en de nationalistische Joden die deze christus op de troon wilde hebben waren de originele Christenen. Het woord "Christen" betekent "supporter van de koning" en hoort bij een politieke partij. Toen Jezus verscheen en het duidelijk werd dat Hij en niemand anders de werkelijke christus was, werden de dingen pas echt ingewikkeld.

In de Bijbel hebben mensen die een unieke functie bekleedden doorgaans een unieke naam. Daarom zijn er maar één AdamNoachAbrahamIsaacDavid en Salomo in de Bijbel. De naam Jezus, echter, was in de eerste eeuw net zo gewoon als Jan, Piet Joris en Korneel in de onze. En dat heeft wat te betekenen.

In de oudheid gold je achternaam als CV. Het gaf aan waar je vandaan kwam en dus waar je je officiële opleiding had genoten en dus in welke algemene richting je ongeveer dacht. Daarom spreken we over Paulus van Tarsus, Archimedes van Syracuse, Simon van Cyrene en Hypathia van Alexandria.

De biografen van Jezus (die drommels goed wisten wat ze deden) hadden Hem aan Bethlehem kunnen koppelen om zo Zijn koninklijke herkomst aan te geven. Of zelfs aan Jeruzalem om aan te geven dat Hij daar menig intellectueel robbertje had gevochten en gewonnen. Maar nee, men koos om Jezus aan Nazareth te binden en Nazareth was zo'n duf gehucht dat geen enkele schrijver uit die tijd er aan refereerde (we kennen de namen van meer dan 100 dorpjes in die omgeving en tijd). Dat lijkt te suggereren dat Nazareth niet de naam is van een werkelijke nederzetting maar een op maat gemaakte bijnaam van Jezus. Het betekent Verspreid.

Met andere woorden: de naam Jezus van Nazareth betekent De Gewone Man Uit Waar Dan Ook. De biografen van Jezus hadden waarschijnlijk hun vrijheden om bepaalde dingen op bepaalde manieren te zeggen en hun unanieme adoptie van deze bijzondere naam heeft waarschijnlijk alles te maken met het centrale punt van hun boodschap.

Het evangelie van Jezus Christus legt uit dat de uiteindelijke manifestatie van de mensheid hem niet zit in een keizerrijk waarin elk individu onderworpen is aan de nukken van een of andere vergoddelijkte keizer -- zelfs niet als die keizer de bijnamen heeft van Koning der Koningen, Zoon van God, Redder der Wereld (die namen hoorden oorspronkelijk bij de eerste Romeinse keizer Augustus, die keizer was toen Jezus werd geboren; dit is allemaal geen toeval) -- maar in de autonomie van elk menselijk individu, waar dan ook vandaan en hoe dan ook genoemd.

Als de mensheid haar maximum wil bereiken moet elk individu een gezalfde koning zijn. En een gezalfde koning ben je als je geen aardse superieuren hebt, als je helemaal vrij bent om te doen wat je wilt en daarmee helemaal verantwoordelijk voor je eigen daden en voor je eigen leven.




De schrijvers van het Nieuwe Testament legden met klem uit dat de volgelingen van Jezus van Nazareth niet "supporter van de gezalfde" zijn maar gezalfden zelf (2 Korinthiërs 1:21, Hebreeën 1:9, 1 Johannes 2:20). En laat dat maar even inzinken: Een supporter van de zalving is niet zelf een gezalfde. Volgelingen van Jezus zijn geen supporters van de zalving maar ondergaan de zalving. Zij zijn niet Christen maar Christus.

Het Griekse woord christianos komt drie keer voor in de Bijbel:




  • In Handelingen 11:26 merkt de auteur op dat in Antiochië de volgelingen van Jezus voor het eerst Christenen werden genoemd. Dat heeft niets te maken met de geboorte van dat woord, maar met de frustratie van de auteur over dat mensen de bevrijdingsbeweging van Jesus verwarden met een luidruchtige politieke partij.
  • In Handelingen 26:28 spreekt Paulus met Herodus Agrippa, waarop de koning giechelt dat Paulus zo overtuigend is dat hij hem bijna in een christianos verandert. Dit is een soort van half-leuk omdat de familie van Herodus dan wel over Judea regeerden (als spek-en-bonen monarchen) maar niet Joods waren (ze kwamen uit Idumea). In de loop van de decennia had de familie van Herodus heel wat aanvaringen gehad met de werkelijke christianoi.
  • In 1 Petrus 4:14-16 wordt het zelfs nog duidelijker gemaakt. Als je uitgekafferd word vanwege de naam Christus, dan ben je gezegend. Zorg er voor dat mensen daarentegen geen reden hebben om je een moordenaar, dief of booswicht te noemen. En als ze door domheid gedreven je een christianos noemen, verblijd je dan in de naam Christus (en natuurlijk niet in de naam christianos).

Volgelingen van Jezus Christus zijn Christussen, niet Christenen. Niet één of andere keizer ver weg maar elke christus is de Zoon van God en Redder der Wereld. Niet één of andere belangrijke meneer in een groot gebouw zal de mensheid naar het Nieuwe Jeruzalem leiden maar de vrijheid en autonomie van elk mens onder God. De Schepper communiceert zelf met het hart van iedereen die gezalfd is in de Heilige Geest, en er is geen autoriteit hoger dan dat.

Na de Joodse Opstand van 66 tot 70 AD volgden drie eeuwen waarin het Romeinse Rijk zijn best deed om de meest verwoestende opstand van allemaal neer te slaan: namelijk het geloof dat een individu -- elk individu -- er toe deed en waarde had; even zoveel waarde als wie dan ook, tot aan de keizer aan toe. Het Romeinse Rijk kon alleen functioneren als de onderdanen sidderden en beefden voor hun leiders en geen moeilijke vragen stelden.

Praat over het einde van "alle heerschappij, alle macht en kracht" (1 Korinthiërs 15:24), en "niemand leider noemen" (Mattheus 23:10) konden de Romeinen niet gebruiken. Dat was regelrecht hoogverraad en funest voor de Romeinse staatsmachinerie.

Maar deze ideeën bleken zo aantrekkelijk voor de gewone mens dat geen marteling of executie het dood kon houden. Het bleef maar opstaan! Deze mensen hadden geen leider die je om zeep kon brengen. Ze hadden geen hoofdstad om te vernietigen, en geen heilige symbolen om te schenden. Ze kiemden overal, als groene steeltjes tussen de stenen van Romeinse tempels. Ze negeerden landsgrenzen als vogels op hun trek. Ze aanbaden niets en niemand dan alleen de Schepper. Ze studeerden de natuur om zo God beter te kunnen begrijpen (Romeinen 1:20) en wilden niets horen van magische rituelen die het geloof in het Romeinse Rijk onderhielden.

Constantijn de niet-zo Grote
Uiteindelijk, in de vierde eeuw na Christus, kreeg aspirant-keizer Constantijn een briljant idee. Als hij niet Mozes naar de berg kon brengen, dan moest de berg maar naar Mozes. Als deze irritante rebellen niet wilden buigen voor de persoonscultus van de keizer, dan moest de persoonscultus van de keizer maar naar de rebellen. En zo nam Constantijn de De Gewone Man en maakte hem Keizer Gewone Man!

Het kostte wel wat manuren, maar met behulp van een grote menigte schriftgeleerden en dergelijke werd de niet-gecentreerde beweging van de Gewone Man op het aambeeld van de Romeinse Rijkstheologie gevouwen en in vorm gebeukt. De functie van dit nieuwe Christendom was hetzelfde als dat van de Romeinse Rijkstheologie, namelijk het in toom houden van de massa.

Een officiële verklaring bepaalde dat er niet heel veel Gewone Mensen waren die allemaal de Zalving konden ondergaan en dus allemaal vrije individuen konden worden, maar slechts één: De door God gezonden Gewone Man, de Keizer van het Heelal, in plaats waarvan de aardse keizers regeerden.

Alle andere mensen moesten gehoorzaam buigen voor deze enige echte Gewone Man, die werd gerepresenteerd door de keizer voor idereen's gemak.

De relatie tussen de enige echte Gezalfde en de Schepper en diens Geest werd zodanig uitgelegd dat er van het Joodse monotheïsme weinig overbleef. Het dogma van de Drie-éénheid probeerde een probleem op te lossen waar niemand in duizend jaar Jodendom in de verste verte aan had gedacht, en al was het totaal kunstmatig leverde het een aantrekkelijke parallel op met de oude Capitolijnse godentrias, die in het hart van Rome werd aanbeden.

De Capitolijnse godentrias
De beroemde "nederdaling ter helle" van Jezus komt ook nergens in de Bijbel voor maar is wel een centraal thema in Grieks-Romeinse mythologie.

Herdertjes liggen doorgaans niet bij nachte midden in de winternacht, zelfs niet in Judea, maar de geboorte van Jezus op de kortste dag van het jaar kwam mooi overeen met de ideeën van de cult van Sol Invictus, waar Constantijn een grote fan van was.

Pasen, idem dito, was niets dan het lentefestival van Astarte in een nieuw jasje.

Het woord voor "heilige" wordt in de Bijbel zonder uitzondering toegepast op elke aardse volgeling van Jezus, maar werd in het nieuwe Christendom een religieuze rang. Het beeld van een groeiende groep heiligen in de hemel nam vervolgens het bekende beeld over van mindere goden rondom de troon van Jupiter.

Het hoogste goed in het nieuwe Christendom was gehoorzaamheid aan de staat, en dus de leiders, en dat is de reden waarom we tot op de dag van vandaag in starre rijen moeten zitten als we naar de kerk gaan, en luisteren en geen op- en aanmerkingen bezigen. Dat is geenszins natuurlijk (van God) maar heeft zijn oorsprong in de opstelling van een Romeins legioen.

Jezus' meest centrale boodschap van individuele autonomie en dus verantwoordelijkheid via de inspiratie door de Heilige Geest werd simpelweg uitgegumd, en in plaats daarvan kwam een traditie van esoterische kennis dat moest worden gestudeerd voor iemand iets waardevols kon zeggen. De broederschap die deze kennis bezigde werd de nieuwe elite van de samenleving, en toelating hiertoe volgde een immergroeiende set van uitgebreide rituelen, die de magie van vroeger deed herleven.

Vandaag de dag denken mensen vaak dat de grote strijd hier op aarde zit in religie versus wetenschap, of Islam versus Christendom, of groenlingen versus McDonald's, maar nee. De meest fundamentele en kosmische strijd is autonoom individu versus Rijk, ook bekend staand als, je raadt het al: Christus versus Antichrist.

Je kan een typisch Rijk herkennen aan de leiderschapscultus, de elitaire minachting van de gewone man, en het uniform dat hij moet dragen om zijn individualiteit te ontkrachten. Een Rijk heeft doorgaans een organisatorisch manifest waaraan niet te tornen is, en legt de nadruk op lidmaatschap en ledenadministratie, rangen, etiketten, categorieën, stempels en passen, symbolen en doorgaans een heel spectrum aan uitgebreide beloftes door de plaatsvervangers van God op aarde.

Je kan een samenleving van vrije mensen herkennen beide door de afwezigheid van al die toeters en bellen, en de haat die deze mensen ontvangen van imperialisten.

Kijk eens naar de huisstijl van de Nazi's. Die is precies hetzelfde als die van Keizerlijk Rome, en het enige verschil tussen Hitler en Augustus is dat Augustus gewonnen heeft.



Beiden Rome en Nazi Duitsland haatten de Joden, want beiden aanbaden de staatsmachine, en de Joden belichaamden iets dat verder ging dan burgerlijke ongehoorzaamheid: het aanbidden van alleen de Schepper.

Dat soort mensen kan je niet onderdrukken, debatteren of verleiden. Je kan ze niet "bekeren" tot de staatsreligie want dat soort mensen zijn niet religieus om mee te beginnen. Dat was de reden dat de geïrriteerde Romeinse historicus Cassius Dio halverwege de eerste eeuw over atheisme kon spreken als "een beschuldiging waaruit vele anderen die in Joodse toestanden verzeild zijn geraakt werden veroordeeld" (67.14).

Het is leuk als mensen je mogen, maar er zijn belangrijkere dingen dan dat. Je zal misschien wel eens een pak slaag oplopen, maar bij God, kniel nooit voor een regime; niet voor de Romeinen, niet voor de Duitsers, niet voor welke dan ook. Wij behoren de Schepper toe, en wij staan continue in Zijn aanwezigheid, zonder schuld en met grote vreugde.


Ben je koningsgezind of ben je koning?