Showing posts with label "Ancient Aliens"-achtige dingen. Show all posts
Showing posts with label "Ancient Aliens"-achtige dingen. Show all posts

Friday, June 10, 2016

Verhalen vertellen op z'n Hebreeuws: het wonder van de Bijbel

Vilna Gaon  1720 - 1797

De basisstructuur van de Bijbel is heel simpel, maar de verdere uitwerking van de Bijbel is ongelofelijk complex. Zo complex zelfs dat we van sommige Hebreeuwse wijsgeren weten dat ze verzucht hebben dat de Thora het hele heelal bevat (Vilna Gaon) en de Tien Geboden de wetten die het heelal beschrijven (Shneur Zalman).

Shneur Zalman 1745 - 1812
Latere commentatoren hebben dat soort bolle praat onder het tapijt van religieus geneuzel proberen te bezemen, maar al zijn dat soort uitspraken misschien een beetje buiten alle proporties moet je niet vergeten dat de Hebreeuwse cultuur zodanig was georganiseerd dat overschot aan rijkdom en energie in literatuur en taalkunde werd geïnvesteerd.

Of in de woorden van de wiskundige en moderne (seculier-Joodse) wijsgeer David Berlinski (in de 42ste minuut van het eerste Hoover Institute interview):

"Het Oude Testament is de grootse bewaarplaats van menselijke kennis en wijsheid in de geschiedenis van de beschaving, welke cultuur, tijd of plaats dan ook. En dat zou het eerste punt van de discussie moeten zijn. Want elk modern standpunt -- van Richard Dawkins naar mijzelf naar Christopher Hitchens naar een eenzame dominee in de Bijbelgordel die op zondagochtend over een bepaalde tekt staat te bulderen -- wordt beschreven in de Bijbel. Voor elk standpunt bestaat er een character in de Bijbel die dat standpunt uitdraagt, en er wordt sympathie uitgedrukt voor dat standpunt, en reserveringen door die sympathie. Het is een enorm rijk en dramatisch stuk werk."

De Hebreeuwse auteurs waren superauteurs, en zonder twijfel de meest kundige taal-technici die de wereld ooit gezien heeft, net zo bijdehand en uitgerust met kennis van zake als de slimste professoren van nu, of Leonardo da Vinci vijf eeuwen geleden, of de allerbeste steenhouwers van Egypte.

De steenhouwers van Egypte drukten Egypte's kennis van zake uit in steen, maar sommige van Egypte's beeldhouwwerken werden gemaakt met een graad van nauwkeurigheid die hun traditionele gereedschappen niet eens konden meten, laat staan produceren (zie de serieuze studies van meester-machinist Christopher Dunn). Het is daarom een groot mysterie hoe ze deze beeldhouwwerken konden maken, en waarom. Een lagere graad van nauwkeurigheid kon niet worden gemeten en was totaal onzichtbaar. Maar toch hielden ze, om één of andere duistere reden, vast aan die ongelofelijke precisie.

Christopher Dunn
Elke waarnemer met een greintje integriteit herkent onmiddellijk dat deze bouwwerken onze huidige vaardigheden ver te boven gaan, en overduidelijk zijn gemaakt met technieken waar we totaal geen weet van hebben, en om redenen waar we niet eens naar kunnen gissen.

In Egypte kon wijsheid (dat is: wetenschap en vaardigheid) worden uitgedrukt in openbaar waarneembare bouwwerken omdat een handvol geïnitieerde uitverkorenen een hele grote groep slaven konden laten doen wat ze wilden. In Israël werd wijsheid uitgedrukt in openbaar waarneembare teksten omdat een hele grote groep geïnitieerde uitverkorenen zich over eerder uitgegeven werken bogen.

De wijsheid van de Mensen van het Boek evolueert veel sneller dan dat van de Mensen van de Stenen,en de Hebreeuwse auteurs waren veel betere schrijvers dan de Egyptische steenhouwers steenhouwers waren. Met andere woorden: de Bijbel is een heel veel mysterieuzer ding dan het Giza plateau of de symmetrische beelden van Ramses II.

Ramesses II 1303 - 1213 BC
Moderne mensen feliciteren zichzelf met hun harde schijven en besturingssystemen maar informatietechnologie is niet begonnen met IBM. Alle vormen van schrift horen tot informatietechnologie, en zijn allemaal ontwikkeld om gegevens te kunnen storen. Maar sommige technologieën zijn meer geraffineerd dan andere.

De teksten van de oude Hebreeën gaan zo ver voorbij aan elke andere tekst op aarde dat het woord "tekst" net zoveel op hen van toepassing is als het woord "dier" van toepassing is op mensen. De Hebreeuwse Bijbel doet aan data compressie door gebruik te maken van natuurlijke principes, en dat zorgt ervoor dat een relatief klein boek inderdaad de hele wereld kan bevatten (Johannes 21:25).

Deze teksten maken gebruik van literaire technieken die de doorsnee moderne mens verre te boven gaan. Naast het vertellen van verhalen draaien ze op een besturingssysteem dat heel veel lijkt op dat van DNA. Ze maken gebruik van de meest fundamentele principes uit de natuur: fractals, gebroken symmetrieën en zelfs een ingebouwd kopieersysteem dat onvermijdbaar leidde tot de kenmerkende variëteit en diversiteit van de natuurlijke wereld.

Voor de Hebreeën, tekst was leven en leven was tekst.

De komende twee weken gaan we een kijkje nemen naar de complexiteit van de Bijbel.

Friday, May 27, 2016

De menselijke geschiedenis II: Goddelijke spraak

Spraak is een regelrecht wonder

Spraak is een regelrechte wonder, iets dat moderne mensen vaak vergeten. Het vereist gespecialiseerde lichamelijke hardware en een brein dat in staat is tot ongelooflijke abstracties. Volgens sommige modellen begon spraak mogelijk geworden als gevolg van een mutatie op het Y-chromosoom (Crow, Tyler-Smith) en terwijl sommige onderzoekers zich afvragen waarom, als mannen spraak hebben uitgevonden, vrouwen er zo goed in zijn geworden, zijn Schrift Theoristen zoals wij van Abarim Publications meer gecharmeerd van de parallel met Genesis 2:22.

Taal (het gevolg van de mogelijkheid om te kunnen spreken) is net zo'n mirakel want het vereist overeenstemming tussen mensen over enorme gebieden en lange periodes. Tot op de twintigste eeuw waren mensen er van overtuigd dat de diverse talen van de wereld compleet aparte dingen waren, en waren heel verbaasd over de "toevallige" maar heel duidelijk overeenkomsten tussen talen van mensengroepen die elkaar onmogelijk konden hebben ontmoet.

Meer geavanceerde taaltheorie, echter, begon aan te tonen dat alle menselijke talen in feite heel erg op elkaar lijken, en dat ze allemaal zijn gebaseerd op hetzelfde werkingsprincipe, namelijk syntax. Alle talen bestaan uit dingen zoals werkwoorden en zelfstandige naamwoorden, en ze zijn allemaal afhankelijk van de relaties tussen de woorden.

Al lijken ze dan heel divers, de talen van mensen zijn net zo identiek als hun lichamen.

Edward O. Wilson
Vervolgstudies hebben aangetoond dat DNA op bepaalde fronten net zo werkt als taal  (Gariaev, Delrow). Sommige enthousiastelingen concludeerden daarop dat aliens al het DNA op aarde hebben voorzien van hun hartelijke groeten (en dat hulpvaardig in onze eigen mensentaal, dat wij op ons eigen houtje hadden weten te ontwikkelen) maar de werkelijke toedracht zit hem natuurlijk in het omgekeerde. Mensen vormen niet alleen hun cellen in navolging van hun DNA maar ook hun sociale bindingen.

De beroemde bioloog Edward O. Wilson heeft eens opgemerkt dat de individuele mier niet bestaat: mier-DNA komt inclusief het sociale gedrag dat mieren aanzet om reusachtig complexe mierenhopen te bouwen, en het zelfde geldt voor mensen en hun talen. De talen van mensen lijken zoveel op elkaar omdat het DNA van mensen zoveel op elkaar lijkt, en taal en DNA lijkt zoveel op elkaar omdat ze eigenlijk hetzelfde ding zijn.

Mensentaal resoneert met DNA en DNA is niet een saaie code die we slaafs moeten gehoorzamen maar opwindende verhalen waar we graag naar luisteren. Levende wezens zijn geen machines die draaien op software; ze dansen op genetische muziek.




Stel je eens voor hoeveel factoren er allemaal moeten meewerken om een steenkool tekening te bewaren voor slechts een paar jaar. De kans dat zo'n tekening de tand des tijds overleefd voor tienduizenden jaren is piepklein en het feit dat we er relatief zoveel hebben geeft aan dat in de oudheid de wereld bezaaid was met graffiti: wegwijzers, totems en waarschijnlijk een heleboel gewoon voor de mooiigheid.

De prachtige Lascaux grotschilderingen

Geschreven taal evolueerde uit plaatjes, en het kan best zo zijn dat de eerste kunstvoorwerpen waren bedoeld om gesprekken aan te wakkeren, en dit om uit te vissen hoe andere mensen bepaalde dingen noemden (Genesis 2:19). Het is ook aannemelijk dat voor dat mensen een echte taal begonnen te ontwikkelen ze in melodien "spraken" en dat muziek zich eerder ontwikkelde dan gesproken taal. Dat suggereert dat muziek begonnen is als een instrument voor het vormen van sociale banden met andere mensen en stammen. En dat wil zeggen dat spraak wellicht is ontstaan als verbetering van muziekale communicatie.

Taal is niet een autonoom ding, net zoals DNA dat niet is. Maar gesproken taal is een uitdrukking van DNA, en vormt dientengevolge haar eigen verbale biosfeer. En net zoals, volgens sommige modellen, de biosfeer ooit bestond uit een enorme hoeveelheid eencellige organismes, zo zal de sfeer van menselijke taal ooit hebben bestaan uit een grote hoeveelheid verschillende proto-woorden.

In de biosfeer zijn de meeste eencellige wezens uitgestorven (al bestaat zelfs vandaag de dag de meeste biomassa op aarde uit eencellige organismen) maar sommige overlevenden zijn begonnen met samen te klonteren tot kolonies. Op een soortgelijke manier begonnen menselijke spraak te polariseren in talen, waarin mensen uit grote gebieden dezelfde concepten begonnen te associëren met dezelfde geluiden.

Taal maakte het mogelijk om dingen te beschrijven en te bespreken die niet direct zichtbaar waren, en de kunst van het verhalenvertellen zal daar een logisch gevolg van zijn geweest. Verhalen gaven de mensen de gereedschappen om abstracties te verhandelen. Verhalen werden verteld en herverteld, toegepast en aangepast, als metaal in een smederij (Psalm 12:6). Sommige versies raakten vergeten maar anderen werden kampvuur hits en later de archetypes waar iedereen bekend mee werd.

In de biosfeer werden de complexe kolonies voorbijgestreefd door wezens die in feite hyper-sociale kolonies van eencellige wezens waren: meercellige organismen. In de taalsfeer begonnen mensen hun archetypen te compileren, waaruit tradities ontstonden, die de levensadem vormde van collectieve culturen.

In Hebreeuws is het woord voor bij, namelijk, deborah, de vrouwelijke vorm van het mannelijke woord dabar, dat "Woord" betekent, of het "-logie" deel van woorden zoals mythologie en sociologie.

Vroeger suggereren theoristen wel eens dat religie was ontstaan omdat mensen bang waren, of de harde werkelijkheid inruilden voor zoetsappige fantasieën over hemels vol met druiven en zo, maar het is nu langzamerhand voor iedereen duidelijk dat het zo niet gegaan is.

Mythologen verbazen zich over de similariteiten tussen de diverse mythologische systemen die de oudheid opgeleverd heeft, maar de reden hiervan is dat al die systemen dezelfde natuurlijke principes weergeven, namelijk de werkingsprincipes van DNA. Alle DNA bevat code dat een schepsel er toe aan zet om zijn eigen code te reproduceren. Dat is precies wat menselijke taal ook doet. Op het genetische niveau is een bacterie net zo complex als een mens, net zoals op het niveau van taal een vers verzonnen verhaal net zo complex is als een gouwe ouwe mythe. Maar verhalenvertellen volgt precies dezelfde progressie van complexiteit als leven.

Archeologen vragen zich af waarom na honderden millennia van ontspannen foerageren de mensheid zomaar ineens land begon te bebouwen (want dat is veel meer werk en levert erg weinig of helemaal geen directe voordelen op). Er zijn natuurlijk heel wat theorieën geopperd om dat te verklaren, maar wij van Abarim Publications denken dat het te maken heeft met dat mensen de drang naar urbanisatie uit hun eigen mythen begonnen te halen. Een agrarische samenleving kan meer mensen in hetzelfde gebied onderhouden, en dat betekent meer geleuter en dus meer uitwisselingen van ideeën, en dat is een commando direct uit ons genetische hart. Onze genen bepalen onze mythen, en onze mythen bepalen onze cultuur.

Het is nog steeds een mysterie waar DNA vandaan komt want als natuurlijk fenomeen lijkt het de tweede hoofdwet van de thermodynamica te overtreden. Concentraties van energie moeten volgens die wet uiteindelijk glad gestreken zijn, en alle materiële structuren moeten uiteindelijk tot stof vervallen. Met andere woorden: de entropie (populair gezegd: de mate van chaos, en wat minder populair: de mate van stilte) van een gesloten systeem moet altijd toenemen, en een natuurlijke formatie van DNA lijkt de verkeerde kant op te wijzen. DNA kan niet zomaar ontstaan, net zoals een BMW niet zomaar kan ontstaan.

De oplossing van dit probleem komt als je je herinnert dat "tijd" één van de vier hele echte dimensies van de kosmos is, en het zogenaamd gesloten systeem waar leven zich in afspeelt strekt zich uit over miljarden jaren. Dat wil zeggen dat het heelal de formatie van DNA kan aanmerken als een investering in orde (entropie neemt af) die later wordt terugbetaald in een veel grotere wanorde (entropie neemt veel mee toe).

Een biosfeer van levende wezens met hun onvoorspelbare vrije wil levert een veel hogere, zelfs "transfinitieve" entropie op dan een berg stof (maximale entropie). Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat het heelal het ontstaan van leven helemaal in overeenstemming ziet met die tweede hoofdwet van de thermodynamica, zolang levende wezens niet op hun voorspelbare krent blijven zitten (Genesis 15:6).

In een wat meer poëtische aanpak van thermodynamica: menselijk DNA is stiller dan elk ander DNA, en de Thora is stiller dan elke andere religieuze expressie. De enig mogelijke uitkomst van evolutie -- wat Johannes in Openbaring 21-22 het Hemelse Jeruzalem noemde -- zal op één of andere manier DNA weerspiegelen, dat het heelal weerspiegelt, dat de Schepper weerspiegelt.

... en gij zult stil zijn



Friday, May 20, 2016

De menselijke geschiedenis

Wij van Abarim Publications raken zelden van de kook, maar voor het chauvinisme van het evolutionaire paradigma maken we graag een uitzondering.

Sinds de Romeinse tijd hebben mensen er op aangedrongen dat alles dat niet is zoals wij, automatisch inferieur is. In meer recentere tijden leverde dit het idee op dat onze anatomisch identieke voorouders achterlijke bruten moeten zijn geweest, die bloot om een kampvuurtje zaten af te wachten tot hun lege hoofden zich spontaan vulden met het verlangen om koeien te gaan melken, en de goede smaak om leiders aan te stellen om braaf aan te gehoorzamen (in ongeveer 9000 voor Christus).




Het wordt wel eens gezegd dat de mens een diersoort is met geheugenverlies maar het is erger dan dat: cultureel chauvinisme heeft het groene licht gegeven aan de massamoord van miljoenen mede-modernen, en heeft de rest van ons beroofd van onze collectieve kinderjaren.

Energie (waar de materiële wereld van gemaakt is), DNA (waar de biosfeer van gemaakt is), en bewustzijn (waar de menselijke cultuur van gemaakt is) lijken zoveel op elkaar dat je ze kan zien als drie iteraties van hetzelfde primaire principe: drie keer hetzelfde fundamentele idee. En alle drie deze media kwamen tevoorschijn uit het niets, en bleven daarna in principe hetzelfde maar veranderden drastisch in toepassing, als een auto die geparkeerd kan staan of over de weg kan razen zonder dat de eigenlijke auto verandert.

Het heelal ging van singulariteit (auto geparkeerd) naar hoe het er tegenwoordig bij staat (auto raast over de snelweg) omdat het heelal dat vanaf het begin al in zich had (als een auto die zomaar uit een fabriek komt rollen, zonder goede reden). Ondanks de verhalen van bepaalde mensen doet leven precies hetzelfde. Wetenschappers schatten dat leven vier miljard jaar geleden is begonnen, als een kudde eencellige wezentjes dat ons voorouderlijk DNA al in zich droegen.

Dit voorouderlijk DNA was toen (auto geparkeerd) net zo ingewikkeld als nu (auto raast). Tot de wanhoop van klassieke evolutietheorie is leven niet begonnen op fietsniveau of kruiwagenniveau. Het is begonnen op model-T niveau en is sindsdien ongeveer gelijk gebleven. Onze verre eencellige voorouder draaide op dezelfde harde software als wij doen.: namelijk op een kolossaal ingewikkelde set instructies die geschreven zijn in een volledige gevormde genetische taal.

Leven verandert van vorm maar niet van principe. Dat heel ingewikkelde principe heeft altijd bestaan.

De sfeer van bewustzijn volgt precies hetzelfde profiel: helemaal compleet vanaf het eerste begin, maar zonder conventie (breed variërend intellectuele overeenstemming). Homo sapiens heeft nu zo'n beetje 200.000 jaar bestaan, en ze zijn altijd precies zoals wij modernen geweest. Ze hadden onze emoties, ons gevoel voor medeleven, onze theory of mind, ons gevoel voor planning, logica en het oplossen van problemen,

Vóór het ontstaan van taal (waarvoor een brede overeenstemming nodig is) waren mensen net zo slim als nu en ze waren zeker niet doofstom. Ze hadden dezelfde hersenen en dezelfde strottenhoofden als wij en konden elk dier in het bos imiteren. Voor ze begonnen te praten -- dat wil zeggen: voor ze het eens begonnen te worden over hoe dingen genoemd moesten worden -- moeten mensen voornamelijk gecommuniceerd hebben met natuurlijke klanken: grommen, tongklikken, roepen met diverse intonaties, precies zoals hun mededieren communiceerden.

Met andere woorden: de voorouderlijke Homo sapiens (en waarchijnlijk ook Australopithecus and Neanderthalers) spraken dan wel geen algemeen beschaafd Nederlands, ze spraken vloeiend Leeuw, Gnoe, Aap en alle andere dierentalen van de wereld. Prehistorische mensen begrepen precies wat een dier allemaal liep te roepen als het angst of honger of frustratie uitdrukte, en konden hun eigen beslissingen daaraan aanpassen. En omdat ze het meest waarschijnlijk dieren beschreven waren de eerste woorden waarschijnlijk onomatopoetisch: aanpassingen van dierengeluiden (woef woef, grom grom).

Niet zoals de parodie-achtige Flintstones geeft de reuzeleuke film The Croods aan dat de algemene houding naar de mensen van de prehistorie aan het veranderen is.
Onze voorouders hebben altijd verhalen verteld, en lachten en huilden en droomden en planden. Hun gedachten waren tot de rand gevuld met kennis over de natuurlijke wereld, en hun vermogen om hun krachten te bundelen maakte ze praktisch onverslaanbaar. Met verstand van zake kan diergedrag nauwkeurig worden voorspeld, en een dagelijkse patrouille kon grote gebieden vrij van roofdieren houden. Nauw samenwerkende teams kunnen makkelijk leeuwen en dergelijke aan, en grote dieren werden routinematig opgejaagd en geslacht. Onze voorouders liepen door hun territorium trots als beren en behendig als roedels wolven. Ze hadden absoluut niets te vrezen. Vergeleken met de moderne stadsmens leefde onze prehistorische voorouders werkelijk in een Hof van Eden.

Mensen zijn natuurlijke probleem-oplossers en het feit dat we gedurende tienduizenden jaren nauwelijks ons gedrag veranderden laat zien dat we weinig problemen op te lossen hadden. Eten was doorgaans overal beschikbaar -- het groeide gewoon aan de bomen! Studies tonen aan dat prehistorische mensen heel weinig tijd moesten investeren in hun levensbehoeften en de rest van de tijd konden hangen en buurten.

De Geissenklostere fluit, van 40,000 voor Christus, is één van vele gevonden muziekinstrumenten


Veertigduizend jaar oude fluiten met drie of vijf gaten zijn gevonden in Duitsland, en wat overblijft na zo'n lange tijd moet wel deel zijn geweest van een reusachtige voorraad. De Duitse fluiten zijn gemaakt van bot of ivoor en hebben flink wat tijd gekost om te fabriceren. Dat geeft aan dat die fluiten en de muziek die je er mee kon maken niet de dag daarvoor waren uitgevonden.

Tienduizenden jaren voordat onze voorouders agrariërs werden zaten ze in de bossen lekker te jammen. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ze ook niet allerlei koren en orkesten vormden en dat ze hun muzikale kunsten niet net zo serieus namen als wij tegenwoordig doen.

Deze adembenemende schilderijen uit de Chauvet Grot dateren van 30,000 voor Christus.
Omstreeks dezelfde tijd dat onze voorouders muziek begonnen te maken begonnen ze ook te schilderen en beeldhouwen, en het feit dat we nu nog zoveel kunstvoorwerpen uit het Stenen Tijdperk overhebben geeft aan hoeveel er in de tijd geweest moeten zijn. Bewoonbare plekken blijven vaak bewoond en omdat woonplekken geregeld van een nieuw inrichting worden voorzien is het bijzonder zeldzaam om hele oude versiersels te vinden. En dat we er nog zoveel hebben suggereert met klem dat de oude wereld net zo bol stond van graffiti als onze moderne wereld.

Onze voorouders waren niet stil en hielden zich niet schuil. Precies het omgekeerde. Ze deden hun uiterste best om opgemerkt te worden. Er was erg weinig competitie en het enige waar mensen behoefte aan gehad zullen hebben was vermaak en opwinding. Net als moderne dolfijnen die het meeste van hun tijd doorbrengen met spelen moeten prehistorische mensen niet anders dan lol getrapt hebben, met familie en nabij wonende stammen.

Het complex bij Göbekli Tepe werd gebouwd lang voordat landbouw werd uitgevonden en mensen in steden begonnen te wonen.
Net als ons moderne Internet had het prehistorische Internet als functie om bij te blijven met de nieuwste songteksten en kampvuur hits. Zoveel zelfs dat men gigantische party centers neerzette om op geregelde tijden de mensen uit hele regio's samen te brengen, allemaal lang voordat landbouw begon.

Van het complex bij Göbekli Tepe, bijvoorbeeld, zijn alle juiste mensen heel sacherijnig geworden omdat dit het oude idee dat onze voorouders maar suffe sullen waren voorgoed de nek omgedraaid heeft. Göbekli Tepe laat zien dat lang voordat landbouw begon, mensen in complexe samenlevingen opereerden. En dat suggereert met klem dat ze wel de kennis maar niet de wil hadden om steden te bouwen en geiten te fokken.

Onze voorouders hadden dezelfde soif-de-vivre als wij vandaag de dag hebben. Tienduizenden jaren voordat men land begon te bebouwen hadden onze voorouders al schepen in het water en navigeerde ze met behulp van de sterren naar verre oorden. Voor geen enkele noodzaak maar puur voor de fun staken ze hele oceanen over en stichtten ze overal kolonies -- en een kolonie heeft minimaal twintig mensen nodig om te beginnen dus de theorie van het per ongeluk weggedreven vissersechtpaartje kan niet de wereldwijde bevolking van eilanden verklaren. Het is met opzet gebeurd, en van te voren gepland.

Mensen bouwden wat ze maar wilden en waar ze maar wilden. Ze bloeiden overal en beheersten de hele natuurlijke wereld lang voordat ze dieren, planten en uiteindelijk zichzelf domesticeerden.