Sinds de Romeinse tijd hebben mensen er op aangedrongen dat alles dat niet is zoals wij, automatisch inferieur is. In meer recentere tijden leverde dit het idee op dat onze anatomisch identieke voorouders achterlijke bruten moeten zijn geweest, die bloot om een kampvuurtje zaten af te wachten tot hun lege hoofden zich spontaan vulden met het verlangen om koeien te gaan melken, en de goede smaak om leiders aan te stellen om braaf aan te gehoorzamen (in ongeveer 9000 voor Christus).
Het wordt wel eens gezegd dat de mens een diersoort is met geheugenverlies maar het is erger dan dat: cultureel chauvinisme heeft het groene licht gegeven aan de massamoord van miljoenen mede-modernen, en heeft de rest van ons beroofd van onze collectieve kinderjaren.
Energie (waar de materiële wereld van gemaakt is), DNA (waar de biosfeer van gemaakt is), en bewustzijn (waar de menselijke cultuur van gemaakt is) lijken zoveel op elkaar dat je ze kan zien als drie iteraties van hetzelfde primaire principe: drie keer hetzelfde fundamentele idee. En alle drie deze media kwamen tevoorschijn uit het niets, en bleven daarna in principe hetzelfde maar veranderden drastisch in toepassing, als een auto die geparkeerd kan staan of over de weg kan razen zonder dat de eigenlijke auto verandert.
Het heelal ging van singulariteit (auto geparkeerd) naar hoe het er tegenwoordig bij staat (auto raast over de snelweg) omdat het heelal dat vanaf het begin al in zich had (als een auto die zomaar uit een fabriek komt rollen, zonder goede reden). Ondanks de verhalen van bepaalde mensen doet leven precies hetzelfde. Wetenschappers schatten dat leven vier miljard jaar geleden is begonnen, als een kudde eencellige wezentjes dat ons voorouderlijk DNA al in zich droegen.
Dit voorouderlijk DNA was toen (auto geparkeerd) net zo ingewikkeld als nu (auto raast). Tot de wanhoop van klassieke evolutietheorie is leven niet begonnen op fietsniveau of kruiwagenniveau. Het is begonnen op model-T niveau en is sindsdien ongeveer gelijk gebleven. Onze verre eencellige voorouder draaide op dezelfde harde software als wij doen.: namelijk op een kolossaal ingewikkelde set instructies die geschreven zijn in een volledige gevormde genetische taal.
![]() |
| Leven verandert van vorm maar niet van principe. Dat heel ingewikkelde principe heeft altijd bestaan. |
De sfeer van bewustzijn volgt precies hetzelfde profiel: helemaal compleet vanaf het eerste begin, maar zonder conventie (breed variërend intellectuele overeenstemming). Homo sapiens heeft nu zo'n beetje 200.000 jaar bestaan, en ze zijn altijd precies zoals wij modernen geweest. Ze hadden onze emoties, ons gevoel voor medeleven, onze theory of mind, ons gevoel voor planning, logica en het oplossen van problemen,
Vóór het ontstaan van taal (waarvoor een brede overeenstemming nodig is) waren mensen net zo slim als nu en ze waren zeker niet doofstom. Ze hadden dezelfde hersenen en dezelfde strottenhoofden als wij en konden elk dier in het bos imiteren. Voor ze begonnen te praten -- dat wil zeggen: voor ze het eens begonnen te worden over hoe dingen genoemd moesten worden -- moeten mensen voornamelijk gecommuniceerd hebben met natuurlijke klanken: grommen, tongklikken, roepen met diverse intonaties, precies zoals hun mededieren communiceerden.
Met andere woorden: de voorouderlijke Homo sapiens (en waarchijnlijk ook Australopithecus and Neanderthalers) spraken dan wel geen algemeen beschaafd Nederlands, ze spraken vloeiend Leeuw, Gnoe, Aap en alle andere dierentalen van de wereld. Prehistorische mensen begrepen precies wat een dier allemaal liep te roepen als het angst of honger of frustratie uitdrukte, en konden hun eigen beslissingen daaraan aanpassen. En omdat ze het meest waarschijnlijk dieren beschreven waren de eerste woorden waarschijnlijk onomatopoetisch: aanpassingen van dierengeluiden (woef woef, grom grom).
![]() |
| Niet zoals de parodie-achtige Flintstones geeft de reuzeleuke film The Croods aan dat de algemene houding naar de mensen van de prehistorie aan het veranderen is. |
Mensen zijn natuurlijke probleem-oplossers en het feit dat we gedurende tienduizenden jaren nauwelijks ons gedrag veranderden laat zien dat we weinig problemen op te lossen hadden. Eten was doorgaans overal beschikbaar -- het groeide gewoon aan de bomen! Studies tonen aan dat prehistorische mensen heel weinig tijd moesten investeren in hun levensbehoeften en de rest van de tijd konden hangen en buurten.
![]() |
| De Geissenklostere fluit, van 40,000 voor Christus, is één van vele gevonden muziekinstrumenten |
Veertigduizend jaar oude fluiten met drie of vijf gaten zijn gevonden in Duitsland, en wat overblijft na zo'n lange tijd moet wel deel zijn geweest van een reusachtige voorraad. De Duitse fluiten zijn gemaakt van bot of ivoor en hebben flink wat tijd gekost om te fabriceren. Dat geeft aan dat die fluiten en de muziek die je er mee kon maken niet de dag daarvoor waren uitgevonden.
Tienduizenden jaren voordat onze voorouders agrariërs werden zaten ze in de bossen lekker te jammen. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ze ook niet allerlei koren en orkesten vormden en dat ze hun muzikale kunsten niet net zo serieus namen als wij tegenwoordig doen.
![]() |
| Deze adembenemende schilderijen uit de Chauvet Grot dateren van 30,000 voor Christus. |
Onze voorouders waren niet stil en hielden zich niet schuil. Precies het omgekeerde. Ze deden hun uiterste best om opgemerkt te worden. Er was erg weinig competitie en het enige waar mensen behoefte aan gehad zullen hebben was vermaak en opwinding. Net als moderne dolfijnen die het meeste van hun tijd doorbrengen met spelen moeten prehistorische mensen niet anders dan lol getrapt hebben, met familie en nabij wonende stammen.
![]() |
| Het complex bij Göbekli Tepe werd gebouwd lang voordat landbouw werd uitgevonden en mensen in steden begonnen te wonen. |
Van het complex bij Göbekli Tepe, bijvoorbeeld, zijn alle juiste mensen heel sacherijnig geworden omdat dit het oude idee dat onze voorouders maar suffe sullen waren voorgoed de nek omgedraaid heeft. Göbekli Tepe laat zien dat lang voordat landbouw begon, mensen in complexe samenlevingen opereerden. En dat suggereert met klem dat ze wel de kennis maar niet de wil hadden om steden te bouwen en geiten te fokken.
Onze voorouders hadden dezelfde soif-de-vivre als wij vandaag de dag hebben. Tienduizenden jaren voordat men land begon te bebouwen hadden onze voorouders al schepen in het water en navigeerde ze met behulp van de sterren naar verre oorden. Voor geen enkele noodzaak maar puur voor de fun staken ze hele oceanen over en stichtten ze overal kolonies -- en een kolonie heeft minimaal twintig mensen nodig om te beginnen dus de theorie van het per ongeluk weggedreven vissersechtpaartje kan niet de wereldwijde bevolking van eilanden verklaren. Het is met opzet gebeurd, en van te voren gepland.
Mensen bouwden wat ze maar wilden en waar ze maar wilden. Ze bloeiden overal en beheersten de hele natuurlijke wereld lang voordat ze dieren, planten en uiteindelijk zichzelf domesticeerden.






No comments:
Post a Comment