Showing posts with label Schrift Theorie. Show all posts
Showing posts with label Schrift Theorie. Show all posts

Friday, July 8, 2016

Hoe historisch zijn de evangeliën nu eigenlijk?

Zo zag de wereld er niet uit in de tijd van Jezus.

In tegenstelling tot de populaire wijsheid is imperiaal Christendom (dat is het Christendom zoals we het tegenwoordig meestal kennen) niet begonnen met Jezus en ook niet met Paulus, maar met de Romeinse keizer Constantijn in de vierde eeuw na Christus. De eerste drie eeuwen van haar bestaan was de Jezus-beweging een puur  Joodse  sekte, die de toelatingsdrempel zo laag had laten zakken (bijvoorbeeld door van besnijdenis af te zien) dat niet-Joodse mensen gemakkelijk konden aansluiten. En dat deden ze dan ook in rijen dik, want al was de originele Jezus-beweging illegaal, het was ook reuze aantrekkelijk.

Wij van Abarim Publications denken dat de Jezus-beweging het meest waarschijnlijk inderdaad is begonnen met een historisch figuur van Joodse komaf, maar het literaire genre dat zich, veertig jaar na zijn dood, met zijn biografie bezig is gaan houden, lijkt voornamelijk een commentaar te hebben willen geven op de pakweg twee eeuwen voorafgaand op pakweg het jaar 80 AD.

De vroegste schrijvers (Markus, Paulus, en vast een heleboel waar we nog nooit van gehoord hebben) konden niet simpelweg verkondigen dat de Romeinen maar een stelletje boeven waren, en waarom, want dan zouden de Romeinen ze heel rap geëxecuteerd hebben. In plaats daarvan vermomden ze hun controversiële observaties als De Avonturen van Jezus. Neem bijvoorbeeld het verhaal van de bezeten man die Legioen heette. Dat ligt er toch tamelijk dik bovenop.

Zo zag de wereld er wel uit in de tijd van Jezus.

Tegen de tijd dat het Nieuwe Testament geschreven werd (zo tussen 50 en 100 AD), zagen eventuele Romeinse inspecteurs die werken als onnozel gejammer over een of andere volksheld die was opgehangen door hun Romeinse voorgangers, tezamen met tienduizenden andere dwarsliggers die publiekelijk waren doodgemarteld om de overlevenden in het gareel te terroriseren. Maar voor de originele doelgroep van deze evangeliën en brieven waren de thema's heel anders.

Een Romeinse officier zal niet meer dan gegiecheld hebben over de absurde fictie dat een Romeinse gouverneur een veroordeelde terrorist genaamd Barabbas zou hebben laten lopen, maar voor het Joodse publiek ging dit verhaal helemaal niet over een veroordeelde terrorist. Idem dito leek een pleidooi van Paulus over een gevluchte slaaf genaamd Onesimus te gaan, maar voor de echte Philemon was de echte Onesimus gegarandeerd heel iemand anders.

Jezus was een Jood maar de Jezus beweging was niet zomaar een voortzetting van Joods denken. Vanwege de campagnes van Alexander de Grote begon na de tijd van de laatste Joodse profeten het Judaïsme geïnfiltreerd te raken met Grieks mythologisch materiaal en manieren van denken. Tegen de tijd van Jezus was Galilea niet meer Joods maar Grieks-Joods. Toen de Romeinen Judea veroverden (in 63 BC), zetten ze de Joodse koning en de zittende hogepriester af en installeerden ze een politieke elite die naadloos mee lag met hun Romeinse visies. Dat maakte van Galilea een Grieks-Joodse hybride op het gebied van cultuur en een Romeins-Joodse hybride op het gebied van de politiek.

Al die verschillende vormen van invasie lieten weinig over van de oude Joodse gang van zake en daar begonnen bepaalde figuren flink van te balen. Er ontstond een beweging die terug wilde naar de overgeleverde Hebreeuwse theologie, en daar hoorde de terugkeer van een Joodse koning bij. Die Joodse koning stond te boek als "gezalfde" (in plaats van de meer moderne term "gekroonde") en dat woord is messias in het Hebreeuws en christus in het Grieks.

De belegering van Masada
betekende het eind van de Sicarii
Jezus schijnt weinig van doen gehad te willen hebben met die nationalistische figuren (zie Johannes 6:15) en hun beweging viel uiteen in een spectrum van divergerende sentimenten.

De zogenaamde Zeloten waren militante bruten en een aftakking daarvan waren de Sicarii, ninja-achtige moordenaars die anoniem toesloegen en niets anders bereikten dan de bloedige vergelding van de Romeinen op de onschuldige bevolking. De auteurs het evangelische genre schijnen deze twee bewegingen te hebben samengevat in twee discipelen van Jezus, namelijk Simon de Zeloot en Judas Iskariot.

Dan waren er nog de Essenen die het probleem oplosten door zich totaal af te zonderen van de samenleving en rechtvaardigheid te prediken aan wie maar horen wilden -- het literaire karakter van Johannes de Doper doet duidelijk aan deze beweging denken, en, zoals het verhaal vertelt, werd deze beweging onthoofd door de Romeins-Joodse regering (Markus 6:17) maar respectvol overtroffen in deugd en effect door de Jezus beweging (Mattheus 11:11).

Maar in de tussentijd ondergingen de Romeinen ook de ene aanval na de andere, beide van buitenaf en van binnenuit. Omstreeks dezelfde tijd dat Jezus "werd geboren" in Judea ging een federatie van Germaanse stammen drie hele Romeinse legioenen te lijf in het Teutoburgerwoud en lieten er niets van over.

In datzelfde jaar stonden de Illyriërs (in modern Bosnië) op tegen de Romeinen en hielden het Romeinse leger voor drie vreselijke jaren onder zware druk.

De Slag bij het Teutoburgerwoud betekende
het eind van de Romeinse legioenen 
XVII, XVIII en XIX
De Germanen kwamen er weg mee maar de Illyriërs werden volledig vernietigd. In datzelfde jaar werd Judea gebombardeerd tot Romeinse provincie, en terwijl sommige enthousiastelingen spraken van een gewapende opstand naar Illyrisch model zagen de meeste anderen meer heil in een respectvolle dialoog met de overheersers.

"Klop en de deur zal openen", zei Jezus en daarmee refereerde hij bijna zeker aan de grote deuren van de tempel van Janus Quirinus in Rome. Als een periode van vrede aanbrak werden die deuren met grote imperiale fanfare gesloten. Maar als er oorlog uitbrak werden ze geopend en stroomde de ene gruwel na de andere uit over de landen.

Maar de zwaarste aanvallen tegen Rome kwamen van binnenuit. Toen Julius Caesar zichzelf uitriep tot Dictator Voor Het Leven (ongeveer een halve eeuw voor de geboorte van Jezus), groepeerden een paar dozijn senatoren zich onder de noemer van de Bevrijders (Liberatores, namelijk Rome van tirannie).

En op een goede dag in maart vermoordden deze Bevrijders onze Julius, in de ijdele hoop dat dit de Republiek zou doen herleven. Helaas voor hen, het enige dat herleefde was de wraak van Octavianus, die met zijn leger het leger van de Bevrijders te lijf ging en uiteindelijk versloeg in de Slag bij Philippi.

Octavianus, vervolgens, verklaarde (1) dat hij niet zomaar een verre achterneef van Julius was maar diens (geadopteerde) zoon (dat bleek ook in Julius' testament te staan), (2) dat de Romeinse Republiek voor goed om zeep was, (3) dat Rome niettemin wederom op kon staan, maar alleen als goddelijk Keizerrijk, (4) waar hij dan de eerste goddelijke Keizer van zou zijn, onder de titel Koning der Koningen, en Heer der Heren, (5) hetgeen betekende dat hij de Redder der Wereld was, (6) hetgeen betekende dat Julius wel goddelijk moest zijn geweest, (7) hetgeen betekende dat Octavianus de Zoon van God was.

De deuren van de Tempel van Quirinus
Mattheus 7:6-8
En deze logica verniste hij door zichzelf te hernoemen als Augustus, van het Latijnse werkwoord augeo, dat vermeerderen, vergroten of verhogen betekent, en het afgeleide zelfstandige naamwoord augustus, dat majestueuze of magnifiek betekent.

De Bevrijders hadden in het militaire stof gebeten, precies zoals de Illyriërs zouden doen drie decennia later, en werden het spreekwoordelijke voorbeeld van hoe je het niet moest doen. Maar de interne Romeinse bevrijdingsbeweging bleef wel degelijk bestaan. Met name één bepaald inheems Italiaans volk vond dat het een appeltje te schillen had met hun dominante Latijnse buren, wiens kleine dorpje Rome nu zo glorieus de hele wereld had veroverd. Deze boze buren waren de Samnieten, en al hadden zij de Romeinen langer bestreden dan elk ander buurvolk, moesten ook zij zich uiteindelijk knarsetandend overgeven.

Eén specifieke Samnietische family waren de Pontii. In de vierde eeuw voor Christus had commandant Gaius Pontius de Romeinen een poot uitgedraaid in de Slag bij de Caudijnse Passen. Vroeg in de laatste eeuw voor Christus had "Verdediger van het Plebs (lagere klasse)" en militaire commandant Pontius Telesinus tegen de Romeinse generaal Sulla gevochten, en Sulla's tirannieke huishouden was de voornaamste reden dat de Republiek onstabiel zou worden en uiteindelijk zou ophouden te bestaan.

Enige decennia later lag een "Tribune van het Plebs" genaamd Lucius Pontius Aquila zo dwars dat Julius Caesar zijn naam begon te gebruiken als scheldwoord. Maar Pontius Aquila deed meer dan alleen maar dwarsliggen. Hij sloot zich aan bij de Bevrijders en werd één van de moordenaars van Caesar. Tegen de tijd van Jezus had de naam Pontius net zo'n regicidale klank als de namen Oswald en Gerards in de onze.

De denarius van de Bevrijders waarop staat afgebeeld een pileus, een "vrijheidsmuts", het symbool van een bevrijde slaaf. Zo'n bevrijde slaaf heette dan ook een pilleatus, en dat woord is waarschijnlijk de bron van de naam Pilatus.

Toen Jezus halverwege zijn twintiger jaren was, stapte een parmantige Pontius Pilatus vanaf het Romeinse toneel der Samnietische Bevrijders aan land in Judea, en bleef voor een ongebruikelijk lange tien jaar hangen. We hebben twee bronnen van informatie over Pontius Pilatus, Romeinse en Joodse. Decennia na hij was afgezet spraken Romeinse geschiedschrijvers nog kwaad van Pilatus, en dat is opmerkelijk want van veel Romeinse officieren met vergelijkbare functies weten we niet eens de naam, laat staan dat ze uitgebreid beschreven werden, laat staan tientallen jaren na dato. De auteurs van de evangeliën, echter, waren uitzonderlijk positief over Pilatus.

Het Judea waarin Jezus werd geboren, waar hij preekte, en waar hij werd aangeklaagd, geëxecuteerd en herdacht, was niet zomaar een platteland  met af en toe een paar gehoorzame boeren, maar een land waar de meest intieme menselijke beschouwingen werden uitgedrukt in de meest krachtige sociale bewegingen. Er waren geen twee duidelijke fronten, geen duidelijke goeien en slechten, maar twee versplinterde en naar elkaar toegedraaide spiegels. Spanningen laaiden op als gebundelde slangen en gedeelde verontwaardiging zorgde voor brosse allianties tussen de meest onwaarschijnlijke partijen.

En in het diepste hart hiervan vond een gecastreerde Samnietische Bevrijder een dapper genie die weigerde te vechten. Pilatus verklaarde Jezus onschuldig want de Samnietische Bevrijder snapte heel goed de positie van de Joodse Bevrijder: om aan de Keizer te geven wat van de Keizer is, en op die manier de gevangenen te bevrijden (Lucas 4:19).

Vespasianus, bijganaamd de Ezeldrijver:
"De Keizer komt uit Galilea"
Drie decennia later brak de opstand uit. Keizer Nero, die tot dan Paulus onder zijn hoede had, stuurde generaal Vespasianus en diens zoon Titus om de orde te herstellen.

Snel na Nero's dood keerde Vespasianus terug naar Rome, in zijn nopjes door de legende dat de nieuwe wereldleider uit Galilea zou komen.

In tussentijd viel Titus Jeruzalem aan en verwoestte de Tempel. Zijn vader was bijgenaamd Mulio, en was Titus niet het Ezelsveulen, die de Heer nodig had?

Duizenden en nog eens duizenden Joden werden gekruisigd en de rest werd afgevoerd. Wat er over was van de stad werd tot verboden gebied verklaard. Het Judaïsme was beroofd van haar centrale Tempel en haar heilige stad en zonder haar hart zou ze onmogelijk kunnen blijven bestaan.

Wat het Judaïsme, en de onovertroffen wijsheid die het Judaïsme over de eeuwen heen had vergaard, redde werd uitgedrukt in het nieuwe genre van het evangelie van Jezus Christus, dat vertelde over een opgestane Tempel en een hemels koninkrijk.

Dus hoe historisch zijn de evangeliën nu eigenlijk? In de afgelopen paar decennia hebben archeologie en Schrift Theorie enorme hoeveelheden informatie naar boven weten te halen waarin, bij wijze van spreken, het deksel van een bepaald graf langzaam in oplost. De contouren van wat er allemaal onder ligt zijn nog steeds bijzonder vaag, maar wijzen onmiskenbaar op een literaire kundigheid die traditionele interpretaties van het Nieuwe Testament verre te boven gaat.

Hier en daar kunnen we alsof door een speldenprik naar de bulderende holte van de geschiedenis kijken, maar een eerlijk antwoord op onze vraag komt met een schaapachtig lachje en de kalme biecht: "we zouden het niet weten, maar héé, blijf vooral kijken."

Geen idee nog, maar blijf kijken


Friday, July 1, 2016

Zekerheid is een futiele deugd

Waarschijnlijk het meest desastreuze moment in de geschiedenis van de Bijbel was de verwoesting van de Tempel van YHWH in 70 AD. Die Tempel was al een paar keer eerder ingebroken, geplunderd en vernield, maar in het jaar 70 begreep iedereen dat deze keer de verwoesting totaal was, en geen mogelijkheid tot terugkeer open liet. Je kan zelfs zeggen dat de vroegste vorm van formeel Christendom in feite ontstond omdat klassiek Judaïsme probeerde om te gaan met het verlies van de Tempel.


Reliëf van de Boog van Titus in Rome, ter ere van de verwoesting van Jeruzalem in 70 AD.

Tot ongeveer de derde eeuw na Christus was Christendom niet duidelijk apart van het Judaïsme maar één van de vele vormen daarvan. Namelijk een vorm dat de verwoesting van de Tempel  zag als onderdeel van het grotere verlossingspatroon en als een gebeurtenis die moest worden geabsorbeerd in theologische modellen.

Het sterven en opstaan van Jezus van Nazareth had vier decennia vóór de verwoesting plaats gevonden, en toen Titus zijn legioen naar Jeruzalem marcheerde was Paulus al zeker een jaar of twintig een formidabel religieus en politiek boegbeeld geweest. Paulus was zelfs zo'n prominente meneer dat hij op het matje was geroepen bij minstens één Joodse koning en twee Romeinse gouverneurs, en uiteindelijk op transport is gezet om door de Caesar zelf te worden ondervraagd. Dat gebeurt je natuurlijk niet als je zo maar een willekeurige lastpost bent.

Lang vóór 70 AD lagen Paulus en zijn collega's al in het Romeinse vizier, en was de dialoog tussen Rome en de Joodse opstandelingen in volle gang. Maar toch refereert Paulus in geen enkel van zijn brieven aan de vier evangeliën die we hebben, en hij noemt ook erg weinig van de sleutelgebeurtenissen die de evangeliën domineren. Dat lijkt erop te wijzen dat het evangelie als literair genre pas vlak vóór de verwoesting van de Tempel ontstaan is, maar pas na de verwoesting goed op gang kwam (na de dood van Paulus). Dat zou kunnen verklaren waarom de verwoesting van de Tempel zo'n belangrijk thema is van de evangeliën maar niet van de brieven van Paulus.

Een poosje geleden kwam een goede vriend bij ons langs, en vertelde ons dat hij en zijn vrouw een huis hadden gekocht ergens ver weg. Ze gaan komend jaar met pensioen. We zaten op het balkon en keken uit over de wereld, en in de verte zagen we een klein groepje jongelui. Sommige van hen waren aan het voetballen en anderen stonden te praten en te gebaren en te duwen en te trekken.

"Oud zijn is heerlijk," merkte mijn vriend op en ik was het met hem eens (al ben ik technisch gezien nog maar half oud). Ik weet nog dat ik twintig was en de adolescentie had overleefd, compleet in de war over wie ik was en boos op de wereld, totdat ik één zekerheidje vond om me aan vast te houden (vraag me niet wat dat was; het doet niet ter zake).

Ik klampte me aan dat zekerheidje vast alsof het een eilandje was in een zee van chaos, en ik zette mijn hele hebben en houden in om nog zo'n zekerheidje te vinden. Ik ging iedereen te lijf die aan mijn zekerheidje twijfelde en drong het aan iedereen op die ik maar tegenkwam.


Ik vond mijn tweede zekerheidje, en plaatste die bovenop de eerste. Toen vond ik een derde, en een vierde, en zo bouwde ik de eerste toren van wat mijn Tempel van Zekerheid aan het worden was. Het was groots, gouden en onverwoestbaar. Ik werd benijd, bewonderd en alom geciteerd. En het viel allemaal uit elkaar.

Op een bepaalde zaterdagavond, heel wat jaren terug, stond ik buiten in de tuin en keek naar de sterren, warm van mijn overtuigingen, toen ik een "stem" hoorde.

De stem vroeg me één vraag en al klonk die vraag heel eenvoudig kon ik hem niet beantwoorden. Niet dat ik geen feitelijk antwoord kon ophoesten of een oplossing van een ingewikkeld wiskundig probleem kon samenstellen. Helemaal niet. Ik zag het antwoord heel duidelijk voor me: het was half-half.

Met een enorme lichamelijke schok kwam de realisatie dat mijn hele tempel op een fundatie stond die hem niet kon dragen. Ik leerde die zaterdagavond dat alle zekerheid een illusie is en dat mijn tempel een tempel was voor mij en niet voor God. Dientengevolge pleurde de hele handel in elkaar.

Ik kreeg een psychose waardoor ik wekenlang helemaal uit de roulatie raakte, en jaren later nog de kluts kwijt kon zijn. Het is een heel wonder dat ik in die tijd mijn verstand niet verloren ben of van een flatgebouw ben afgesprongen. Mijn brein moest door een reboot heen en moest worden gedefragmenteerd, gecentraliseerd en ontzekerd.

Ik verwachtte waanzin en dood aan de andere kant maar tot mijn grote verbazing gebeurde er iets anders. Ik zal de lezer niet lastig vallen met bloemrijke metaforen, want als de lezer geen ervaring heeft met de verwoesting van diens eigen tempel dat zal de lezer er toch niets van begrijpen. En zo wel, dan heb ik al genoeg gezegd.

Mijn vriend heeft van die rare ogen die niet beweging als hij je aankijkt en je helemaal zenuwachtig maken als je iets te verbergen hebt. Ze zijn (en hoe zal ik het zeggen?) "helemaal open". Het is het meest wonderlijke ding om in staat te zijn om in dat soort ogen te kijken en helemaal geen schaamte te voelen.


Friday, June 24, 2016

Verhalen vertellen op z'n Hebreeuws III: Er zij Contact

De Hebreeuwse manier van verhalen vertellen laat reusachtige hoeveelheden informatie samengevat worden in een relatief kleine hoeveelheid tekst. En, als romantisch voorgesteld door Carl Sagan in zijn roman Contact, als een lezer het principe -- dat is de basisstructuur waarvan alle andere structuren zijn afgeleid, zie Efeziërs 3:14-15 en vergelijk met Genesis 12:3 -- herkent, plus de relatie tussen de iteraties (de "primer"), dan kan het hele heelal worden gereconstrueerd.





In de Bijbel heet dat principe Dabar YHWH, of Woord van God (of Logos) en op de complexiteitsschaal komt dat principe natuurlijk vóór de gevolgen. Vandaar dat Johannes de Evangelist kon zeggen dat in den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en was God, en dat door dit Woord alles begon te bestaan (Johannes 1:1-3). En Paulus schreef dat dit Woord het beeld is van de onzichtbare God, en dat Hij bestaat vóór alle dingen en dat in Hem alle dingen bij elkaar worden gehouden.

In tegenstelling tot de scheppingsmythen van aangrenzende culturen houdt het Hebreeuwse scheppingsverhaal vol dat de schepping om taal draait: God sprak en daar was. Het periodiek systeem laat zien dat de materiële wereld inderdaad uit een taal bestaat dat gebruik maakt van een twee-letterig alfabet (het proton en de neutron), waaruit alle "woorden" die de wereld opmaken bestaan (Mattheus 4:4).


De talen waarin het heelal is uitgedrukt
Toen DNA werd ontdekt bleek dat ook in een taal te zijn uitgedrukt, gebruik makend van het vier-letterig alfabet van de nucleotiden. En net als de boekrollen van de Thora bestond ook DNA uit een dubbele helix, in een nucleus, in het hart van een levende cel, en dat is overduidelijk vergelijkbaar met de Ark in de tabernakel in het hart van Israël.

Merk op hoe de Tien Geboden die Israël definieerden waren georganiseerd: op twee corresponderende tabletten waarvan de één regels gaf omtrent de vader (God) en de andere omtrent de moeder (de mensheid).





De geschiedenis van Jezus -- zijn opruiende boodschap, zijn drie-dagen dood, zijn opstanding en zijn transformatie van individu tot menselijk collectief -- volgt stap voor stap de procedure die een eicel doorloopt: De moeder's hormoon spiegel raakt in onbalans, en de eicel wordt aangewezen als boosdoener. Die wordt vervolgens uit de moederlijke economie gestoot en is daarmee net zo dood als elk ander geamputeerd lichaamsdeel zou zijn. Vervolgens komt de eicel in aanraking met de echtgenoot's ejaculaat (in het Grieks hetzelfde woord als de 'uitstorting' van de Heilige Geest) en komt daarmee weer tot leven. De dode eicel wordt levende zygote en keert terug in de economie van de moeder, maar nu is de cel niet meer zomaar een cel maar eerder een entiteit die essentieel gelijk is aan de moeder: een volk in een volk.







De zogenoemde "wederkomst van Jezus" komt overeen met de geboorte van deze nieuwe soort van mensheid, die dan natuurlijk niet meer in de moeder zal bestaan maar naast de moeder (Openbaring 21:24).

Deze verhalen waren nooit bedoeld om mensen religieus te maken. Ze zijn niet bedoeld om ons te leren hoe we ons moeten gedragen in de kerk (of tempel of moskee), maar behandelen de natuurlijke processen waarop de wereld draait. Deze verhalen voorspellen absoluut niet de overwinning van één bepaalde godsdienst, maar de onvermijdbare overwinning van de wetten der natuur en de onvermijdbare dingen die nog moeten en zullen gebeuren.


Het Lichaam van Christus bestaat vóór de Wederkomst in de wereld zoals een ongeboren baby bestaat in diens moeder.


Friday, June 17, 2016

Verhalen vertellen op z'n Hebreeuws II: Er was eens op een complexiteitsniveau

Wij moderne mensen hebben er een handje van om onze verhalen uit te lijnen langs de kalender of de klok. Dat is allemaal best, maar zelfs ons eigen geheugen werkt niet zo. Iets wat we een jaar geleden hebben meegemaakt kan verser in ons geheugen liggen dan iets wat gisteren is gepasseerd.

In onze moderne verhalen worden gebeurtenissen vastgeprikt op specifieke tijdstippen, en aangezien tijd uit talloze van die tijdstippen bestaat, zien we ook het verhaal van onze geschiedenis als een lange reeks aaneengeschakelde punten. Dit is niet zo efficiënt, en vanwege de diverse verbanden tussen diverse gebeurtenissen levert deze manier van verhalen vertellen een bibliotheek op die groter is dan onze geschiedenis.

De Hebreeuwse manier van verhalen vertellen werkt precies omgekeerd. De Hebreeuwse manier van verhalen vertellen koppelt gebeurtenissen aan niveaus van complexiteit.

Als een moderne verteller het heeft over een bergbeklimmer op weg naar de top, dan zal hij elke stap van de klimtocht beschrijven of samenvatten wanneer deze plaatsvindt. Een Hebreeuwse verteller daarentegen zal niet de tocht maar de berg beschrijven, en gebeurtenissen relatief aan waar ze plaatsvinden.

Een moderne verteller moet een heel nieuw verhaal vertellen voor elke klimmer, maar een Hebreeuws verhaal slaat op elke klimmer.

"Zij/Hij Die Naar De Top Klimt" zou één bepaald character uit een Hebreeuws verhaal kunnen zijn
maar tegelijkertijd iedereen beschrijven die ooit die rol speelt.

Eenvoudig gezegd: als de "berg" die we beklimmen de menselijke conditie is, dan reflecteren de Bijbelse stambomen die menselijke conditie van Adam tot de moderne mens, en van algemeen naar specifiek. Adam zou dus het meest algemene niveau van complexiteit beschrijven en daarom werd van Eva gezegd dat ze de "moeder van alle leven" was, ofwel de hele biosfeer. Dit is ook de reden waarom de zondeval op de hele schepping betrekking heeft (Romeinen 8:22).

Op het complexiteitsniveau van Noach kunnen mensen onderscheiden worden van dieren (zie Mattheus 24:39: "ze waren niet-wetende tot de vloed kwam", en 2 Petrus 2:12 en Judas 1:10). En dat betekent dat de drie zonen van Noach --  ChamJafet en Sem -- de meest rudimentaire structuur van de menselijke mentaliteiten weergeven.

Het tweede grote voordeel van de Hebreeuwse manier van verhalen vertellen zit hem in het gebruik van fractals en gebroken symmetrieën. Dat wil zeggen dat een bepaald narratief principe opgeroepen kan worden in elk moment van het verhaal, net zoals in een computer code een bepaalde zelfstandige functie kan opgeroepen worden op elk moment van het hoofdprogramma.

De Mandelbrot Set is een fractal dat dezelfde algemene vorm laat zien op verschillende niveaus.
De Hebreeuwse Bijbel werkt op dezelfde manier.

Een voorbeeld hiervan is het principiële verhaal van De Vader met de Drie Zonen, dat wordt verteld met als vader Adam (en de drie zonen KaïnAbel en Set), en wederom wordt verteld met als vader Noach (en de drie zonen Sem, Cham en Jafet), en wederom met als vader Tera (en zonen AbrahamNahor en Haran) , en waarschijnlijk ook in de gelijkenis van de talenten (Mattheus 25:15).

De Hebreeuwse taal bevat hints naar de werking van licht en relativiteitstheorie (zie ons artikel over de woorden nur en nahar), en het verhaal van De Vader met de Drie Zonen is waarschijnlijk ook toepasbaar op licht en kleuren (vader Wit en zonen Blauw, Rood en Geel).

Twee verhalen die enigszins hetzelfde zijn bevatten extra informatie in de manier waarop ze verschillen, en de meer instanties van het basis verhaal er zijn, de meer extra informatie kan worden overgedragen: in de verschillen tussen de verschillen (op z'n wiskundigs: van drie 3 versies krijg je dAB, dBC, dAC, maar ook d[dAB-dBC], enzovoorts).

Maar dit systeem voorspelt ook dat wanneer de similariteiten van duidelijk verschillende verhalen worden samen gebracht onder de spanboog van een overkoepelend principle, deze verhalen uiteindelijk samen moeten komen in één oerprincipe. De wetenschap noemt dit oerprincipe de Grand Unified Theory (Grote Verenigde Theorie). De Bijbel noemt het (of liever gezegd: Hem) het Woord van God, of Logos.



Friday, June 10, 2016

Verhalen vertellen op z'n Hebreeuws: het wonder van de Bijbel

Vilna Gaon  1720 - 1797

De basisstructuur van de Bijbel is heel simpel, maar de verdere uitwerking van de Bijbel is ongelofelijk complex. Zo complex zelfs dat we van sommige Hebreeuwse wijsgeren weten dat ze verzucht hebben dat de Thora het hele heelal bevat (Vilna Gaon) en de Tien Geboden de wetten die het heelal beschrijven (Shneur Zalman).

Shneur Zalman 1745 - 1812
Latere commentatoren hebben dat soort bolle praat onder het tapijt van religieus geneuzel proberen te bezemen, maar al zijn dat soort uitspraken misschien een beetje buiten alle proporties moet je niet vergeten dat de Hebreeuwse cultuur zodanig was georganiseerd dat overschot aan rijkdom en energie in literatuur en taalkunde werd geïnvesteerd.

Of in de woorden van de wiskundige en moderne (seculier-Joodse) wijsgeer David Berlinski (in de 42ste minuut van het eerste Hoover Institute interview):

"Het Oude Testament is de grootse bewaarplaats van menselijke kennis en wijsheid in de geschiedenis van de beschaving, welke cultuur, tijd of plaats dan ook. En dat zou het eerste punt van de discussie moeten zijn. Want elk modern standpunt -- van Richard Dawkins naar mijzelf naar Christopher Hitchens naar een eenzame dominee in de Bijbelgordel die op zondagochtend over een bepaalde tekt staat te bulderen -- wordt beschreven in de Bijbel. Voor elk standpunt bestaat er een character in de Bijbel die dat standpunt uitdraagt, en er wordt sympathie uitgedrukt voor dat standpunt, en reserveringen door die sympathie. Het is een enorm rijk en dramatisch stuk werk."

De Hebreeuwse auteurs waren superauteurs, en zonder twijfel de meest kundige taal-technici die de wereld ooit gezien heeft, net zo bijdehand en uitgerust met kennis van zake als de slimste professoren van nu, of Leonardo da Vinci vijf eeuwen geleden, of de allerbeste steenhouwers van Egypte.

De steenhouwers van Egypte drukten Egypte's kennis van zake uit in steen, maar sommige van Egypte's beeldhouwwerken werden gemaakt met een graad van nauwkeurigheid die hun traditionele gereedschappen niet eens konden meten, laat staan produceren (zie de serieuze studies van meester-machinist Christopher Dunn). Het is daarom een groot mysterie hoe ze deze beeldhouwwerken konden maken, en waarom. Een lagere graad van nauwkeurigheid kon niet worden gemeten en was totaal onzichtbaar. Maar toch hielden ze, om één of andere duistere reden, vast aan die ongelofelijke precisie.

Christopher Dunn
Elke waarnemer met een greintje integriteit herkent onmiddellijk dat deze bouwwerken onze huidige vaardigheden ver te boven gaan, en overduidelijk zijn gemaakt met technieken waar we totaal geen weet van hebben, en om redenen waar we niet eens naar kunnen gissen.

In Egypte kon wijsheid (dat is: wetenschap en vaardigheid) worden uitgedrukt in openbaar waarneembare bouwwerken omdat een handvol geïnitieerde uitverkorenen een hele grote groep slaven konden laten doen wat ze wilden. In Israël werd wijsheid uitgedrukt in openbaar waarneembare teksten omdat een hele grote groep geïnitieerde uitverkorenen zich over eerder uitgegeven werken bogen.

De wijsheid van de Mensen van het Boek evolueert veel sneller dan dat van de Mensen van de Stenen,en de Hebreeuwse auteurs waren veel betere schrijvers dan de Egyptische steenhouwers steenhouwers waren. Met andere woorden: de Bijbel is een heel veel mysterieuzer ding dan het Giza plateau of de symmetrische beelden van Ramses II.

Ramesses II 1303 - 1213 BC
Moderne mensen feliciteren zichzelf met hun harde schijven en besturingssystemen maar informatietechnologie is niet begonnen met IBM. Alle vormen van schrift horen tot informatietechnologie, en zijn allemaal ontwikkeld om gegevens te kunnen storen. Maar sommige technologieën zijn meer geraffineerd dan andere.

De teksten van de oude Hebreeën gaan zo ver voorbij aan elke andere tekst op aarde dat het woord "tekst" net zoveel op hen van toepassing is als het woord "dier" van toepassing is op mensen. De Hebreeuwse Bijbel doet aan data compressie door gebruik te maken van natuurlijke principes, en dat zorgt ervoor dat een relatief klein boek inderdaad de hele wereld kan bevatten (Johannes 21:25).

Deze teksten maken gebruik van literaire technieken die de doorsnee moderne mens verre te boven gaan. Naast het vertellen van verhalen draaien ze op een besturingssysteem dat heel veel lijkt op dat van DNA. Ze maken gebruik van de meest fundamentele principes uit de natuur: fractals, gebroken symmetrieën en zelfs een ingebouwd kopieersysteem dat onvermijdbaar leidde tot de kenmerkende variëteit en diversiteit van de natuurlijke wereld.

Voor de Hebreeën, tekst was leven en leven was tekst.

De komende twee weken gaan we een kijkje nemen naar de complexiteit van de Bijbel.

Friday, June 3, 2016

Hoe je een Hebreeër van een Jood onderscheidt.

Semieten, Hebreeërs, Israëlieten, Joden... wij moderne mensen houden van onze etiketten. In de Hebreeuwse Bijbel, echter, staan deze categorieën niet zij aan zij maar vallen ze in elkaar, als een Russische Babushka pop.

De meeste etnoniemen die bij Bijbelse helden horen zijn deelverzamelingen van andere, meer algemene etnoniemen, in plaats van aanduidingen van groeperingen die naast elkaar bestonden in een oceaan van competerende groeperingen.

De volgende lijst van min of meer bekende etnoniemen slaan niet op parallelle schijfjes van de algemene bevolking maar van categorien die steeds nauwer worden. De lijst begint met de meest algemene categorie, waar alle levende wezens met een stoffelijk lichaam toe behoren.

Hou er ook rekening mee dat Bijbelse tijd niet hetzelfde is als klok-en-kalender tijd. De Bijbel volgt een progressie in complexiteit. Bijbelse tijd is te vergelijken met de vier jaar van je middelbare school waar je in werkelijkheid zes kalenderjaren over hebt weten te doen.

Adam

Bijbels gesproken zijn de Adamieten de afstammelingen van  Adam,  maar terwijl Adam doorgaans wordt gezien als de eerste menselijke voorouder, staat Adam in de Hebreeuwse Bijbel voor het niveau van volledige symmetry in de aardse biosfeer. Met name: de naam "Adam" slaat op elke schepsel met een stoffelijk lichaam. Eva, ten slotte, was de "moeder van alle levenden" (Genesis 3:20) en niet alleen van de levende mensen. De term "alle levenden" komt nog zes keer voor in de Bijbel en slaat altijd op de hele biosfeer: Genesis 8:21, Job 12:10, 28:21, 30:23, Psalm 143:2, 145:16.

Hiermee zeggen we NIET dat Adam een Paramecium was (geen boze emails sturen, aub). We zeggen dat wat voor Adam geldt, geldt voor elk levend schepsel met een lichaam. Dit is de reden dat de "oorspronkelijke zonde" betrekking heeft op de gehele biosfeer (Romeinen 8:20-22).

Noach

De volgende grote symmetrybreuk volgt in Noach, of liever gezegd in de vloed van Noach, die het niveau van complexiteit aangeeft waarop de menselijke bewustzijn zich onderscheidt van dierlijke intelligentie -- waar de "sapience" van Homo sapiens als apart begint te gelden.

Het is duidelijk dat het beeld van Noach en alle dieren in de ark wederom op de hele biosfeer slaat, maar nu gaan mensen een specifieke rol vervullen in het hele verhaal. De familie van Noach bestaat uit zeven individuen, en dat plaatst Noach's familie in de klasse van reine dieren (Genesis 7:2). Maar Noach is hier het hoofd van, en vormt een literaire parallel met God als hoofd van de schepping.

En nogmaals: hiermee zeggen we NIET dat Noach een Australopithecus was. We zeggen alleen dat vóór het complexiteitsniveau van Noach, mensen op dezelfde sofware draaien als dieren.

Op een paar plaatsten in de Bijbel wordt aan een totale mens-dier symmetry gerefereerd (Prediker 3:18, Judas 1:10) en Jezus zegt zelfs dat mensen vóór de vloed "niet wetend" (in Grieks: ouk ginosko) waren tot de vloed kwam en ze allemaal opwaarts  (airo, letterlijk: de lucht in) gingen (Mattheus 24:39).

Semieten

The Semieten stammen af van Sem, één van de drie zonen van Noach, die logischerwijs de meest fundamentele substructuur van de menselijke geest voorstellen (niet helemaal hetzelfde als Freud's id en ego enzo maar wel in de buurt).

Traditionele modellen zagen de drie zonen van Noach als de aardsvaders van geografish verspreidde mensengroepen (naar Genesis 10), en zagen Sem's nazaten het Midden Oosten bevolken. Wij van Abarim Publications, echter, zien dat allemaal niet zo zitten.

Voor nationalisme heb je moderne naties nodig, en die waren er toen nog niet. De grenzen van landen werden niet door borden en slagbomen aangegeven maar door gedachtegoed en bijbehorende symbolen. Het lijkt ons erop dat de auteurs van dit verhaal niet zo geintereseerd waren in fysieke komaf maar veel meer in de oorsprong van het gedachtengoed van de diverse volken. Neem Abraham bijvoorbeeld, de spreekwoordelijke "aardsvader der aardsvaders". Die was niet zozeer vader in de biologische zin van het woord maar de "vader van alle gelovigen" (Romeinen 4:16). De broers Jabal and Jubal idem dito. Die zijn de "vaders" van alle fluitspelers en mensen die in tenten wonen (Genesis 4:20-21), maar hun fysieke stamboom kwam ten einde in de vloed van Noach.

Wij zijn er redelijk zeker van dat al die lange stambomen in de Bijbel voornamelijk slaan op de evolutie van wijsheid (dat wil zeggen: wetenschap, technologie en praktische vaardigheden): waar bepaalde technieken en wetenschappen op gestoeld waren en wat voor verdere wijsheid daaruit voort gekomen is.

De traditie wil dat Sem's broer Japheth de landen van Europa en Azie bevolkte, en Japheth's beroemde kleinzoon Javan als patriarch van Griekenland. Hier bij Abarim denken we dat Javan eerder te maken heeft met de beroemde wijsheid van de Grieken, inclusief wiskunde, literature en de staatskunde die voor het eerst met de democratie op de proppen kwam. De derde broer, Ham, had met Afrika te maken, of liever gezegd met Afrika's traditionele culturen, en werd door de auteurs als 'jongste' of liever gezegd 'kleinste' van de broers genoemd (Genesis 9:24).

Merk op dat de drie zonen van Noach werden geboren vóór de vloed (Genesis 5:32, 11:10). Dit lijkt te suggerern dat de auteurs van mening waren dat de meest rudimentaire structuur van de menselijke geest al in de dierenwereld aanwezig is, en dus herkenbaar zou moeten zijn in intelligente dieren.

Hebreeën

Eén van de meest beroemde etnoniems van deze lijst is ook één van de meest verkeerd toegepaste. In the Bijbel zijn de Hebreeën dezelfde als de Eberieten, ofwel de "zonen van Eber" zoals die genoemd worden in Genesis 10:21 en 10:25. Wie deze Eberieten precies waren maakt de text niet duidelijk, maar de context in ons model suggereert dat de Eberietien zich onderscheiden van de rest van de mensheid door een vaardigheid dat te maken heeft met taal. Misschien is dit het vermogen om te spreken, misschien schrijven en misschien het vertellen van verhalen, dat het begin betekende van de moderne informatie technologie.

Het Semitische alfabeth is uitgevonden door de Phoenicians en geperfectioneerd door de Bijbelschrijvers (wie dat ook geweest moge zijn) door hun bijdrage van de klinkernotatie (en merk op dat de Naam van God, of YHWH, alleen maar uit die klinkers bestaat -- dit is geen toeval). Het alfabet maakte het veel gemakkelijker om te leren lezen en schrijven en deze uitvinding maakte de hele wijsheidstraditie beschikbaar voor de gewone mensen (vandaar dat de Bijbel spreekt over een "volk van priesters": Exodus 19:6, 1 Petrus 2:9). Dit zorgde vervolgens voor een enorme instroom van wetenswaardigheden, en een algemene opzuivering van wat al bekend was, en meer beter opgeleide mensen resulteerde in een sterkere en gezondere samenleving.

Op de complexiteitsschaal lijkt de uitvinding van het alfabet samen te vallen met de uittocht van Israël uit Egypte, en Egypte in dit geval is dus niet het land in de politieke zin maar meer de wijsheidstraditie van Egypte die weigerde om het Semitische alfabeth te gaan gebruiken en zodoende haar machtspositie in de regio verspeelde.

Eber is ook het punt waarin een perspectief verder dan je eigen directe referentiekader manifesteert. Eber had twee zonen, namelijk Peleg and Joktan. In de dagen van Peleg "werd de aarde verdeeld"  (Genesis 10:25), en dat geeft een mondiaal of wereldwijd bewustzijn aan. De nakomelingen van Joktan culmineren in de toren van Babel (10:26-11:1). Met andere woorde: de twee zonen van Eber belichamen de fundamentele competitie tussen Keizerrijk (Joktan, van Babel tot Rome) en het autonome individu (Peleg, van Abraham tot Christus).

Abraham

In huidige tijden wordt de naam Abraham vaak gekoppeld aan de drie grote Abrahamitische religies (Jodendom, Christendom en Islam), maar op het Bijbelse platform is Abraham ten eerste een zoon van Peleg (anti-Keizerrijk), en ten tweede de belichaming van een internationale uitwisseling van goederen en ideeën; precies het tegenovergestelde van een rovend, buitmakend en gecentreerd Keizerrijk.

Voor een uitgebreide behandeling over de intersectie tussen Abraham als literair knooppunt in de Bijbel en het ontstaan van internationale handel, zie ons (Engelstalig) artikel over de naam Abraham.

Isaac

De naam Isaac betekent Gelach, en zijn verhaal is doorspekt met precies dat: komedie. Het wordt niet vaak benadrukt maar komedie is één van de meest dominante genres in de Bijbel, en de kracht van leuk werd al heel lang vóór Aristoteles en Chevy Chase toegepast in wijsheidsliteratuur.


Het komt misschien niet overeen met je moderne smaak van verfijnde grappenmakerij, maar iemand van honderd jaar oud die zijn iets jongere vrouw bestijgt en bezwangerd (Genesis 17), een zoon die zijn blinde vader probeert te misleiden door met een visuele vermomming aan te komen (Genesis 27, zie Hebreeën 11:20), de absurde aanslag op dikke koning Eglon (Richteren 3:24), Manoah's lijpe gewauwel tegenover de engel (Richteren 13), het hele  Saul-versus-David roadrunner-achtige gedoe (1 Samuel 13 en verder), tot aan de kolderieke discussie tussen Jesus en  Nicodemus (Johannes 3), de honderd liter (!) geparfumeerde olie van Nicodemus (Johannes 19:39), de onnozelheid van de Farizeeën inzake de herkomst van Jona (Johannes 7:52, zie 2 Koningen 14:25 en Mattheus 12:40), zijn allemaal instanties van literaire slapstick.

De beroemde "grote vreugde" waar Judas het over heeft (Judas 1:24) wordt vaak uitgelegd als een soort van kalme, innerlijk plechtigheid, maar nee hoor: in de aanwezigheid van God is het lachen, gieren en brullen geblazen.

Het cruciale element van dit alles is dat lachen een reactie is op iets onverwachts (iets leuks zie je nooit aankomen). In de dierenwereld wordt op iets onverwachts natuurlijk met angst gereageerd, en dat is de reden waarom lachen en huilen zo hetzelfde klinken: op het fysieke niveau is het precies hetzelfde proces en het verschil tussen lachen en huilen is puur emotioneel.

Het meest herhaalde gebod in de Bijbel is: wees niet bang, of heb geen angst. En al klinkt dat alsof je bevolen wordt om een heel handige mentale functie te onderdrukken, is dit gebod natuurlijk de equivalent van: zorg ervoor dat angst niet bij je op hoeft te komen.

Je kan pas lachen als je gevoel van veiligheid zo sterk is dat je iets vreemds of onverwachts niet meer direct als iets potentieel gevaarlijk ervaart, maar als iets potentieel gunstig. In Athene stond het altaar gewijd aan de "onbekende god" (Handelingen 17:21-23) ongetwijfeld in een comedy club.

Jakob => Israëlieten

In Isaac bereikt het niveau van de menselijke mentaliteit een duidelijk plafond (en we zitten nog steeds op een complexiteitsschaal, niet in evolutie over tijd). Isaac belichaamd het niveau van ultieme persoonlijke vreugde, en dat valt niet te verbeteren. Zijn zoon  Jakob maakt dan ook geen verbetering in de verticale zin van het woord maar meer in de horizontale. Tot aan Jakob wordt het verbond tussen God en mensen altijd gedragen door één man, maar in Jakob wordt de aardse partner van het verbond een volk van meerdere mensen: Israël (Genesis 32:28).

De transitie tussen het mannelijke individu en het vrouwelijke collectief is een fundamenteel Bijbels principe. Het archetype wordt gelanceerd in de scheppingsweek, waarin het licht van de eerste dag uitloopt in de vele lichten van dag vier. En dit principe is natuurlijk ook primair in de relatie tussen Jezus (mannelijk) en kerk (vrouwelijk).

Juda => Joden

Israël drukt veiligheid en vreugde op een nationale schaal aan, en dat blijkt uit twaalf hoofd-subfuncties te bestaan, corresponderend met de twaalf stammen van Israël. Welke twaalf ministeries dit precies zijn is niet helemaal meer duidelijk, op één na, namelijk Josef, die oneirocritica of droomuitlegkunde vertegenwoordigt.

Maar wat deze vaardigheid op nationaal niveau inhoudt is onduidelijk, maar het verhaal lijkt te suggereren dat er een meetbaar sociaal equivalent bestaat van de herinnering aan een droom waar een individu mee wakker wordt. Wellicht heeft Josef te maken met een systematische analyse van de informele, ondergrondse cultuur van een samenleving. Het oude China had speciale functionarissen die door de landen trokken om naar de kunst van mensen te kijken en naar hun muziek te luisteren, om uit te vissen wat er onder de mensen speelde. Misschien was Josef's functie net zoiets.

Deze vaardigheid lijkt te zijn ontstaan ergens in Kanaän waar het aanvankelijk niet zo gewaardeerd werd (Genesis 37:19). Toen werd het opgepikt door Midian in Arabië, en die groep verkocht het door aan Egypte. Daar was het aanvankelijk ook onderschat, maar snel niet meer, en uiteindelijk werd het een centrale plaats gegeven in Egypte's wijsheidstraditie (Genesis 41:45).

Maar de meest bekende Israëlische stam vandaag de dag is natuurlijk Juda. Als we uit kunnen gaan van de naam dan waren deze jongens de Lof Prijzers. Wat dat precies inhield is ook niet meer duidelijk, maar het had waarschijnlijk erg weinig te maken met Opwekkingsliederen. Juda's moeder Lea legde de naam Juda uit door te zeggen, "Deze keer zal ik de Heer loven" (Genesis 29:35), maar dat wil niet zeggen dat ze nu met loven begon, maar eerder dat ze het onderwerp van haar loven wijzigde.

Voorafgaand aan de geboorte van Juda was Lea voornamelijk uit op de attenties van haar man Jakob, maar met de geboorte van Juda besloot Lea om voortaan maar voornamelijk op YHWH te letten. Dat maakt van lofprijzen nog steeds niet noodzakelijkerwijs een religieuze onderneming want de naam YHWH betekent zoiets als "Zoals Het Is" of "Datgene Wat Werkelijk Bestaat" (het is niet zomaar de persoonlijke naam van God, maar de naam waaronder je Hem kan kennen, en dat via wat werkelijk bestaat is en niet zomaar door iemand is verzonnen -- zie Romeinen 1:20). Dat wil zeggen dat het "lofprijzen van YHWH" waarschijnlijk te maken heeft met het bestuderen en begrijpen van natuurlijke wetten, en het uitlijnen van beide persoon en samenleving met die wetten.

Eeuwen later werden de andere stammen van Israël ontvoerd door Assyrië (die naam komt ook van een woord dat met vreugde te maken heeft) en, weer wat later, de Judeeërs door Babylon.

Maar de mensen die in het gebied van Juda woonden waren niet allemaal afstammelingen van Juda, want de stam van Juda bevatte ook de nakomelingen van de broers Levi en Simeon (Genesis 49:5-6). Wat voor nationale attributen Levi en Simeon belichamen is ook niet helemaal duidelijk, maar van Levi stamden de priesterlijke Levieten af -- en omdat er toentertijd nog geen scheiding tussen staat en religie bestond was een priester toen natuurlijk een heel ander ding dan een priester nu.

Levi, Jacobus Levi
De naam Simeon komt van het werkwoord voor "horen" (de naam van oudste broer Reuben komt van het werkwoord voor "zien") en het zou best wel eens kunnen dat de drie oudste zonen van Jacob en Leah met een nationale informatiedienst van doen hebben.

De naam Levi komt van een werkwoord dat 'verband leggen' betekent en zou wel eens te maken kunnen hebben met het systematisch verwerken van nationale intel.

De mix van Judeeërs, Simeonieten en Levieten kreeg later collectief de naam Joden, en terwijl de andere stammen van Israël naadloos werden opgenomen in Assyrië, tierden de Joden welig in Babylonië en later Perzië.

De ballingschap eindigde in de zogenoemde terugkeer, maar de mensen die werkelijk terugkeerden waren maar een minderheid vergeleken bij de mensen die bleven hangen. De Joden van Babylonië/Perzië waren bijzonder invloedrijk geworden en hun wijsheidsscholen groeiden als kool. Het kwam zelfs zover dat de Perzische keizer Cyrus de Grote de restauratie en herbouwing van de Tempel in Jeruzalem ontwierp en financieerde (Ezra 6). De Joodse centra in Perzië bleven draaien tot ver na de tijd van Jezus. De Joodse Talmoed (een wetboek en Bijbels commentaar) heeft een Babylonische versie en een Jeruzalem versie maar de Joodse traditie in Babylon was zoveel sterker dan die uit Jeruzalem dat de Babylonische Talmoed veel uitgebreider en diepzinniger is dan die uit Jeruzalem.

De prominentie van de Joodse elite in Perzië werd natuurlijk uitgebreid gevierd in het verhaal van Esther, en zelfs toen de langverwachte Messias  werd geboren wisten de broeders uit Perzië er eerder van dan de buren uit Judea. De beroemde "wijzen uit het oosten" die in Bethlehem op kraambezoek kwamen waren natuurlijk Joodse geleerden (Matthew 2:1).

Mensen hebben lang problemen gemaakt over het verschil tussen het evangelie van Mattheus en dat van Lukas  omdat Mattheus het heeft over "wijzen uit het oosten" en Lukas over de "herdertjes" die bij nachte de wacht hielden over hun schapen "in het veld", maar dat zijn natuurlijk twee verschillende manieren om precies hetzelfde te zeggen: De bevrijdingsbeweging van Jezus was in Romeins Judea ontstaan, maar het eerst ontdekt en vervolgens zwaar gefinancierd door de achterban in Babylonië/Perzië.


Friday, May 13, 2016

Waarom je waarschijnlijk geen Christen bent (maar iets veel beters)


Door de jaren heen hebben mijn thuisgroepers aardig wat te verduren gekregen vanwege mijn wilde theologieën, maar niets doet ze meer kokhalzen en tekeer trekken als wanneer ik opbiecht dat ik geen Christen ben.

Bijbelstudies over Christen-zijn lopen geregeld uit op hysterische vechtpartijen en meer dan eens ben ik ondersteboven aan het wc plafond vastgeplakband.

Mijn thuisgroepers, namelijk, zijn in de eerste plaats Christen, en pas redelijk als alle andere paden der Sapientia uitvoerig zijn bewandeld. Met al die bloeddorstige immigranten en terroristen die tegenwoordig overal op de loer liggen zijn verklaringen van alliantie net als geheime wachtwoorden, en een beheerst onderzoek van alternatieven heeft plaatst gemaakt voor vlagzwaaien, strijdkrijten en modder gooien naar alles wat anders is.

Zelfs de Volledig Andere, die ooit bekend stond als iedereen's Schepper, is naar het niveau van stamtotem gekatalambanoot, en is nu niet meer dan een veredeld logo der uitverkorenen.

Maar, zoals Hij zei door de woorden van Jesaja: Kom en laten we samen redeneren (Jesaja 1:18).

In het oude Israël, moet je weten, werd je niet tot koning gekroond maar gezalfd. Het werkwoord daarvoor is masah, en een "gezalfde" (een koning dus) heette messiah. Dat zelfde werkwoord in het Grieks is chrio en het zelfstandige naamwoord dat daarbij hoort is christus.

Christus is niet een naam maar een heel gewoon Grieks woord. Het betekent letterlijk "gezalfde" en werd gebruikt als synoniem voor een Joodse koning van  Judea.

Toen in 63 voor Christus de Romeinse generaal Pompey een einde maakte aan de Joodse Hasmoneanse dynastie, kwam een nationalistische beweging op gang van mensen die helemaal geen zin hadden in de Romeinse bezetting, van de Romeinen af wilden en wederom een Joodse koning op de troon van Judea wilden hebben (zie Johannes 6:15).

Aangezien de wereld in die tijd Grieks sprak stond die Joodse koning bekend als christus, en de nationalistische Joden die deze christus op de troon wilde hebben waren de originele Christenen. Het woord "Christen" betekent "supporter van de koning" en hoort bij een politieke partij. Toen Jezus verscheen en het duidelijk werd dat Hij en niemand anders de werkelijke christus was, werden de dingen pas echt ingewikkeld.

In de Bijbel hebben mensen die een unieke functie bekleedden doorgaans een unieke naam. Daarom zijn er maar één AdamNoachAbrahamIsaacDavid en Salomo in de Bijbel. De naam Jezus, echter, was in de eerste eeuw net zo gewoon als Jan, Piet Joris en Korneel in de onze. En dat heeft wat te betekenen.

In de oudheid gold je achternaam als CV. Het gaf aan waar je vandaan kwam en dus waar je je officiële opleiding had genoten en dus in welke algemene richting je ongeveer dacht. Daarom spreken we over Paulus van Tarsus, Archimedes van Syracuse, Simon van Cyrene en Hypathia van Alexandria.

De biografen van Jezus (die drommels goed wisten wat ze deden) hadden Hem aan Bethlehem kunnen koppelen om zo Zijn koninklijke herkomst aan te geven. Of zelfs aan Jeruzalem om aan te geven dat Hij daar menig intellectueel robbertje had gevochten en gewonnen. Maar nee, men koos om Jezus aan Nazareth te binden en Nazareth was zo'n duf gehucht dat geen enkele schrijver uit die tijd er aan refereerde (we kennen de namen van meer dan 100 dorpjes in die omgeving en tijd). Dat lijkt te suggereren dat Nazareth niet de naam is van een werkelijke nederzetting maar een op maat gemaakte bijnaam van Jezus. Het betekent Verspreid.

Met andere woorden: de naam Jezus van Nazareth betekent De Gewone Man Uit Waar Dan Ook. De biografen van Jezus hadden waarschijnlijk hun vrijheden om bepaalde dingen op bepaalde manieren te zeggen en hun unanieme adoptie van deze bijzondere naam heeft waarschijnlijk alles te maken met het centrale punt van hun boodschap.

Het evangelie van Jezus Christus legt uit dat de uiteindelijke manifestatie van de mensheid hem niet zit in een keizerrijk waarin elk individu onderworpen is aan de nukken van een of andere vergoddelijkte keizer -- zelfs niet als die keizer de bijnamen heeft van Koning der Koningen, Zoon van God, Redder der Wereld (die namen hoorden oorspronkelijk bij de eerste Romeinse keizer Augustus, die keizer was toen Jezus werd geboren; dit is allemaal geen toeval) -- maar in de autonomie van elk menselijk individu, waar dan ook vandaan en hoe dan ook genoemd.

Als de mensheid haar maximum wil bereiken moet elk individu een gezalfde koning zijn. En een gezalfde koning ben je als je geen aardse superieuren hebt, als je helemaal vrij bent om te doen wat je wilt en daarmee helemaal verantwoordelijk voor je eigen daden en voor je eigen leven.




De schrijvers van het Nieuwe Testament legden met klem uit dat de volgelingen van Jezus van Nazareth niet "supporter van de gezalfde" zijn maar gezalfden zelf (2 Korinthiërs 1:21, Hebreeën 1:9, 1 Johannes 2:20). En laat dat maar even inzinken: Een supporter van de zalving is niet zelf een gezalfde. Volgelingen van Jezus zijn geen supporters van de zalving maar ondergaan de zalving. Zij zijn niet Christen maar Christus.

Het Griekse woord christianos komt drie keer voor in de Bijbel:




  • In Handelingen 11:26 merkt de auteur op dat in Antiochië de volgelingen van Jezus voor het eerst Christenen werden genoemd. Dat heeft niets te maken met de geboorte van dat woord, maar met de frustratie van de auteur over dat mensen de bevrijdingsbeweging van Jesus verwarden met een luidruchtige politieke partij.
  • In Handelingen 26:28 spreekt Paulus met Herodus Agrippa, waarop de koning giechelt dat Paulus zo overtuigend is dat hij hem bijna in een christianos verandert. Dit is een soort van half-leuk omdat de familie van Herodus dan wel over Judea regeerden (als spek-en-bonen monarchen) maar niet Joods waren (ze kwamen uit Idumea). In de loop van de decennia had de familie van Herodus heel wat aanvaringen gehad met de werkelijke christianoi.
  • In 1 Petrus 4:14-16 wordt het zelfs nog duidelijker gemaakt. Als je uitgekafferd word vanwege de naam Christus, dan ben je gezegend. Zorg er voor dat mensen daarentegen geen reden hebben om je een moordenaar, dief of booswicht te noemen. En als ze door domheid gedreven je een christianos noemen, verblijd je dan in de naam Christus (en natuurlijk niet in de naam christianos).

Volgelingen van Jezus Christus zijn Christussen, niet Christenen. Niet één of andere keizer ver weg maar elke christus is de Zoon van God en Redder der Wereld. Niet één of andere belangrijke meneer in een groot gebouw zal de mensheid naar het Nieuwe Jeruzalem leiden maar de vrijheid en autonomie van elk mens onder God. De Schepper communiceert zelf met het hart van iedereen die gezalfd is in de Heilige Geest, en er is geen autoriteit hoger dan dat.

Na de Joodse Opstand van 66 tot 70 AD volgden drie eeuwen waarin het Romeinse Rijk zijn best deed om de meest verwoestende opstand van allemaal neer te slaan: namelijk het geloof dat een individu -- elk individu -- er toe deed en waarde had; even zoveel waarde als wie dan ook, tot aan de keizer aan toe. Het Romeinse Rijk kon alleen functioneren als de onderdanen sidderden en beefden voor hun leiders en geen moeilijke vragen stelden.

Praat over het einde van "alle heerschappij, alle macht en kracht" (1 Korinthiërs 15:24), en "niemand leider noemen" (Mattheus 23:10) konden de Romeinen niet gebruiken. Dat was regelrecht hoogverraad en funest voor de Romeinse staatsmachinerie.

Maar deze ideeën bleken zo aantrekkelijk voor de gewone mens dat geen marteling of executie het dood kon houden. Het bleef maar opstaan! Deze mensen hadden geen leider die je om zeep kon brengen. Ze hadden geen hoofdstad om te vernietigen, en geen heilige symbolen om te schenden. Ze kiemden overal, als groene steeltjes tussen de stenen van Romeinse tempels. Ze negeerden landsgrenzen als vogels op hun trek. Ze aanbaden niets en niemand dan alleen de Schepper. Ze studeerden de natuur om zo God beter te kunnen begrijpen (Romeinen 1:20) en wilden niets horen van magische rituelen die het geloof in het Romeinse Rijk onderhielden.

Constantijn de niet-zo Grote
Uiteindelijk, in de vierde eeuw na Christus, kreeg aspirant-keizer Constantijn een briljant idee. Als hij niet Mozes naar de berg kon brengen, dan moest de berg maar naar Mozes. Als deze irritante rebellen niet wilden buigen voor de persoonscultus van de keizer, dan moest de persoonscultus van de keizer maar naar de rebellen. En zo nam Constantijn de De Gewone Man en maakte hem Keizer Gewone Man!

Het kostte wel wat manuren, maar met behulp van een grote menigte schriftgeleerden en dergelijke werd de niet-gecentreerde beweging van de Gewone Man op het aambeeld van de Romeinse Rijkstheologie gevouwen en in vorm gebeukt. De functie van dit nieuwe Christendom was hetzelfde als dat van de Romeinse Rijkstheologie, namelijk het in toom houden van de massa.

Een officiële verklaring bepaalde dat er niet heel veel Gewone Mensen waren die allemaal de Zalving konden ondergaan en dus allemaal vrije individuen konden worden, maar slechts één: De door God gezonden Gewone Man, de Keizer van het Heelal, in plaats waarvan de aardse keizers regeerden.

Alle andere mensen moesten gehoorzaam buigen voor deze enige echte Gewone Man, die werd gerepresenteerd door de keizer voor idereen's gemak.

De relatie tussen de enige echte Gezalfde en de Schepper en diens Geest werd zodanig uitgelegd dat er van het Joodse monotheïsme weinig overbleef. Het dogma van de Drie-éénheid probeerde een probleem op te lossen waar niemand in duizend jaar Jodendom in de verste verte aan had gedacht, en al was het totaal kunstmatig leverde het een aantrekkelijke parallel op met de oude Capitolijnse godentrias, die in het hart van Rome werd aanbeden.

De Capitolijnse godentrias
De beroemde "nederdaling ter helle" van Jezus komt ook nergens in de Bijbel voor maar is wel een centraal thema in Grieks-Romeinse mythologie.

Herdertjes liggen doorgaans niet bij nachte midden in de winternacht, zelfs niet in Judea, maar de geboorte van Jezus op de kortste dag van het jaar kwam mooi overeen met de ideeën van de cult van Sol Invictus, waar Constantijn een grote fan van was.

Pasen, idem dito, was niets dan het lentefestival van Astarte in een nieuw jasje.

Het woord voor "heilige" wordt in de Bijbel zonder uitzondering toegepast op elke aardse volgeling van Jezus, maar werd in het nieuwe Christendom een religieuze rang. Het beeld van een groeiende groep heiligen in de hemel nam vervolgens het bekende beeld over van mindere goden rondom de troon van Jupiter.

Het hoogste goed in het nieuwe Christendom was gehoorzaamheid aan de staat, en dus de leiders, en dat is de reden waarom we tot op de dag van vandaag in starre rijen moeten zitten als we naar de kerk gaan, en luisteren en geen op- en aanmerkingen bezigen. Dat is geenszins natuurlijk (van God) maar heeft zijn oorsprong in de opstelling van een Romeins legioen.

Jezus' meest centrale boodschap van individuele autonomie en dus verantwoordelijkheid via de inspiratie door de Heilige Geest werd simpelweg uitgegumd, en in plaats daarvan kwam een traditie van esoterische kennis dat moest worden gestudeerd voor iemand iets waardevols kon zeggen. De broederschap die deze kennis bezigde werd de nieuwe elite van de samenleving, en toelating hiertoe volgde een immergroeiende set van uitgebreide rituelen, die de magie van vroeger deed herleven.

Vandaag de dag denken mensen vaak dat de grote strijd hier op aarde zit in religie versus wetenschap, of Islam versus Christendom, of groenlingen versus McDonald's, maar nee. De meest fundamentele en kosmische strijd is autonoom individu versus Rijk, ook bekend staand als, je raadt het al: Christus versus Antichrist.

Je kan een typisch Rijk herkennen aan de leiderschapscultus, de elitaire minachting van de gewone man, en het uniform dat hij moet dragen om zijn individualiteit te ontkrachten. Een Rijk heeft doorgaans een organisatorisch manifest waaraan niet te tornen is, en legt de nadruk op lidmaatschap en ledenadministratie, rangen, etiketten, categorieën, stempels en passen, symbolen en doorgaans een heel spectrum aan uitgebreide beloftes door de plaatsvervangers van God op aarde.

Je kan een samenleving van vrije mensen herkennen beide door de afwezigheid van al die toeters en bellen, en de haat die deze mensen ontvangen van imperialisten.

Kijk eens naar de huisstijl van de Nazi's. Die is precies hetzelfde als die van Keizerlijk Rome, en het enige verschil tussen Hitler en Augustus is dat Augustus gewonnen heeft.



Beiden Rome en Nazi Duitsland haatten de Joden, want beiden aanbaden de staatsmachine, en de Joden belichaamden iets dat verder ging dan burgerlijke ongehoorzaamheid: het aanbidden van alleen de Schepper.

Dat soort mensen kan je niet onderdrukken, debatteren of verleiden. Je kan ze niet "bekeren" tot de staatsreligie want dat soort mensen zijn niet religieus om mee te beginnen. Dat was de reden dat de geïrriteerde Romeinse historicus Cassius Dio halverwege de eerste eeuw over atheisme kon spreken als "een beschuldiging waaruit vele anderen die in Joodse toestanden verzeild zijn geraakt werden veroordeeld" (67.14).

Het is leuk als mensen je mogen, maar er zijn belangrijkere dingen dan dat. Je zal misschien wel eens een pak slaag oplopen, maar bij God, kniel nooit voor een regime; niet voor de Romeinen, niet voor de Duitsers, niet voor welke dan ook. Wij behoren de Schepper toe, en wij staan continue in Zijn aanwezigheid, zonder schuld en met grote vreugde.


Ben je koningsgezind of ben je koning?